Eerste week

De zes weken vrijheid waren voorbij. Het werkende leven zou over een paar uur beginnen.
Over een paar uur, ja. Het was midden in de nacht en ik hoorde aan het krassen van nagels dat de duiven op het afdakje van de bezemkast buiten ook hun draai niet konden vinden. Ik kon de slaap niet vatten omdat ik bijna uiteen spatte van energie; niet eens van spanning. Even wilde ik het licht achter mij weer aanknippen om verder te lezen in het boek van Carlos Ruiz Zafón ‘De schaduw van de wind’. Dit om iets te kalmeren want gedachten schoten weer eens alle kanten op. Uiteindelijk – geen idee hoe laat – ben ik toch in slaap gevallen.

Het zou totaal ander werk zijn. Garagebeheerder bij de gemeente. In de weken dat ik vrij was, mocht ik een paar uur meedraaien. Iets dat ik gretig aannam, vandaar ook geen zenuwen. De plek en de nieuwe collega’s waren immers bekend. Boterhammen waren belegd en vol goede moed legde ik op mijn stalen ros de afstand af. De neiging om na begraafplaats Vredenhof, langs de Haarlemmerweg, rechtsaf te slaan naar de kringloopwinkel was er niet. Toch keek ik nog even het fietspad in. Menig voetstap en wielspoor heb ik daar achtergelaten. En natuurlijk was het plan om er weer eens te gaan kijken, maar deze ochtend niet.
Het ontvangst was allerhartelijkst en er werd niet veel van mij verwacht. Meekijken, goed luisteren en mentaal opslaan, meelopen op rondes en de dagelijkse taken uitvoeren.
De uren schoten voorbij.
Gek als ik was, reed ik na het werk eerst langs Moederlief om haar op de hoogte te brengen van mijn ervaringen, daarna snel naar huis voor een hapje eten om vervolgens door de fietsen naar de Club van Vrolijke Vrinden (AA) om het hoofd te resetten (zoals ik dat noem).
Ik besloot na de vergadering dat zoiets niet dagelijks kon.
Ik was op.

Dinsdag, woensdag en donderdag leken op elkaar. Ik las me op het werk in en de oudgedienden lieten mij wennen aan het papierwerk dat ingevuld moest worden voor en na iedere dienst. Ik verkende op aanraden van een collega mijn werkplek. Kijken wat zich waar bevond. “Je hebt nu een paar dagen meegelopen, dus ben jij nu de beheerder”, werd mij gezegd. Vond dat een prettig idee. King of the Castle.
Vrijdag heb ik ontzettend veel bijgeslapen door de korte nachten ervoor. Zaterdag was ik nog niet echt mens en vandaag bruis ik weer.

Komende week ga ik volle diensten meedraaien met een vrouwelijke collega. Twee dagen van 07.00 – 15.00 uur en twee dagen van 15.00 – 23.00 uur. Het betekent vroeg naar bed en héél vroeg er weer uit. Het zal dan geen speels leren meer zijn, maar gewoon aan de bak.
Mijn hoofd blijft een gevecht. Gelukkig heb ik de Club van Vrolijke Vrinden en wat lijntjes naar wat leden voor als het niet gaat.

Want als het twijfelende hoofd wint, krijgt deze nieuwe kans totaal geen kans.

Boek uit.

‘Alsof ik in Frankrijk ben.’
Ik dacht dat bij het vullen van mijn blauwe winkelmandje. De winkelbeveiliger hield ondertussen een oogje in het zeil. Er waren niet veel klanten en hij moest toch iets.
Frankrijk was altijd al een gevoel van niets hoeven en niets moeten tijdens mijn verblijf daar.
De afgelopen jaren moest er veel gebeuren. Zij die mij het beste kennen weten of ik daar een beetje in geslaagd ben. Dat ik een bepaalde rust of berusting heb gevonden is mij wel duidelijk en belangrijk.

Vrijdag 13 mei 2016 om 15.59 uur klokte ik uit. Het was de laatste dag bij mijn werkgever. Een paar uur eerder had ik het sleuteltje van de locker aan een nieuwe collega gegeven. Niet veel later de rest van de sleutels aan mijn chef. ‘s Avonds schreef ik een andere collega dat ik het werk zou gaan missen. Tijdens het winkelen was dat gevoel van missen niet meer te bespeuren. Collega’s waren kennissen geworden met wie ik veel heb mogen meemaken en zij met mij.

31 januari 2011 ben ik begonnen in de kringloopwinkel. Destijds was het nog niet overgenomen door Rataplan. Heb even de gekte van mijn beslommeringen moeten doorspitten om achter de juiste datum te komen. In die 5,28 jaar is er aardig wat gebeurd. Te veel om hier te gaan beschrijven, maar de ik van toen is toch best redelijk terecht gekomen; al zeg ik het zelf.
Van de Slingelandtstraat ging ik naar de winkel in Diemen, daarna naar de Kabelweg om vervolgens weer terug te komen bij de eerste. “A full circle”, zou een Engelsman zeggen.

In april van dit jaar moest ik voor een functioneringsgesprek naar Diemen. Lovende woorden werden er over mij uitgestrooid. Woorden die ik de persoon eerder had horen gebruiken over een chef van mij. Tevens kreeg ik toen de vraag hoe ik mijn toekomst bij de kringloopwinkel zag. “Het boek is uit en ik ben toe aan iets totaal anders”, zei ik eerlijk. Dat vond de persoon tegenover mij goed om te horen. Er werd iets anders aangeboden. Iets waar ik in een ander verhaal vast op terug zal komen.
Meteen vertrekken wilde ik echter niet. De assistent van mijn chef was op vakantie, ik deed zijn werk op dat moment en wilde het toch netjes afsluiten. Ergste was dat ik er nog niet over mocht praten. Een hele week lag dit nieuwtje als een loden last op mijn schouders terwijl ik vrolijk fluitend mijn werk deed om de schone schijn maar op te houden. Toen ik een week later eindelijk oog in oog stond met mijn chef en de onderdirecteur moest ik van de spanning lachen waarna de tranen volgden. Niet met liters, maar het raakte me toch. De einddatum van mijn werk daar stond toen nog niet vast en ik beloofde dat ik gewoon mijn werk zou blijven voortzetten tot die tijd.
Tevens dankte ik hen voor de kansen om alles te doen in het bedrijf; dat ik heb mogen leren wat mijn sterke en zwakke punten zijn.
Ik kwam erbij als magazijnhulp voor Cilia (destijds bedrijfsleider). Binnen een week stond ik achter de kassa omdat zij vond dat ik dat wel kon. In Diemen deed ik magazijn, kassa, boekhouding, draaide de winkel als assistent-bedrijfsleider voor Corina als dat nodig was en dat zette ik voort op de Kabelweg bij Karin en Slingelandtstraat bij Suzanne. Het was niet wat ik wilde, maar deed het werk toch. Zo werkt dat nu eenmaal in mijn leven, alsof er een onzichtbare hand achter zit. Had ik ooit kunnen bedenken al die functies te kunnen vervullen? Echt niet. Toen niet. Nu ben ik dankbaar voor de lessen, de mooie en moeilijke tijden en de mensen die ik door dit werk heb mogen ontmoeten; zowel de goede als de kwaden.

Tussendoor: Wat me opvalt in bovenstaande opsomming is dat ik onder veel vrouwelijke bedrijfsleiders heb gewerkt en vertrek bij een mannelijke.

De winkelbeveiliger glimlachte mij toe bij het verlaten van de buurtsuper. Ik wenste hem nog een fijne avond.
Voor mij ligt een nieuw avontuur. De sporen die ik bij Rataplan heb achtergelaten zullen vervagen en mijn naam zal alleen nog vallen bij het ophalen van oude herinneringen bij hen die er toen bij waren. Als ik de winkel nu binnenstap is het als klant en zal het gebouw aanvoelen als een oude jas.

C’est la vie, mes amis. C’est la vie.

Klaagvrije maandag

Ping!
Uitnodiging voor een event op Facebook. Uit nieuwsgierigheid klik ik toch op de link en bekijk de pagina.

KlagenEen dag niet klagen levert heel veel op! Niet klagen in je hoofd en niet klagen hardop.. wat komt ervoor in de plaats?

  • zeggen wat je wilt

  • denken wat je behoefte is achter hetgeen waarover je eigenlijk wou klagen
  • stilte, omdat je gaat loslaten dat waar je toch niets aan veranderen kunt

Etc. [[ Klik ]]

Ook de vraag of ik meedoe. Er is een optie met “misschien”. Mijn keuze dus.
Persoonlijk ben ik niet zo happig op events. Enige waar ik ooit aan mee heb gedaan was voor het dierenasiel in Amsterdam. Die was – achteraf gezien – ontzettend leuk en heb er nog leuke kennissen aan overgehouden.

Deze ochtend (maandag dus) was ik ver voor mijn wekker wakker. Door het raam zie ik dat het weer niet al te best is. Grijze lucht en meeuwen zweven al vroeg hun rondes boven het Food Centre Amsterdam (FCA) aan de Jan van Galenstraat. Daar is vroeg in de morgen de beste plek om eten te vinden voor allerlei dieren. Mijn humeur is redelijk. Natuurlijk omdat ik wil kijken of het me lukt om niet te klagen. Zeker nu ik net drie dagen vrij heb gehad en het tempo in mijn doen en laten nog een paar dagen meer vrij verlangt.
Enkele leuke vooruitzichten borrelen boven. De assistent van mijn baas is vandaag weer terug van vakantie, dus ik kan weer zoeken naar een eigen draai in de zaak, mijn vakantie is weer een stuk dichterbij en ik kan weer mijn eigen uren werken! Ik word er verdomd vrolijk van zo rond 06.30 uur.

Op Facebook vliegen de maandagplaatjes reeds voorbij. De maandagklagers zijn ook wakker. Ik juich de maandag toe! Natuurlijk met een vrolijk plaatje. Een hond die grappig kijkt.
Het plaatsen van vrolijke plaatjes/filmpjes/artikelen doe ik expres. Al zo lang dat ik zelf niet eens meer weet wanneer dat begonnen is. Ik kan gerust stellen dat het sterft van de katten en andere vrolijke dieren in mijn fotoalbum. Ten eerste omdat ik het leuk vind EN ik wil een positieve pagina. Even iets luchtigs tussen alle ellende in de media. Heel soms link ik ook wel ellende, maar wis die later weer. Ellendig nieuws moet daar blijven waar het hoort.

Voor de rest van de dag ging het goed. Heb zelfs mijn collega aangeboden om morgen later te beginnen zodat hij niet zonder personeel zit aan het eind van de dag.
BAM! Score op de positiviteitsmeter van mijn hart.

Vanavond een vergadering, maar ik ga niet. Heb een rustige avond verdiend. Hopelijk is er wat op de buis te zien, want anders weet ik niet of ik het ga redden tot 00.00 uur.

#wEet ik dat ook weer

Simpel en voedzaam

Simpel en voedzaam

Al de hele dag hoor ik het stemmetje van Chef Suus: “Je moet wel naar buiten gaan hoor!”
Nadat ik de nacht van mijn leven heb gehad met prachtige bliksemschichten een grommende aarde en regenbuien die zijn weerga niet kende, had ik daar geen zin in.
Te slaperig en hangerig en geen idee wat te ondernemen terwijl het klamme zweet zich over mijn hele lichaam leek te verspreiden. Zelfs mijn geliefde teenslippers deed ik niet aan. Tukje gedaan, wat gelezen en gelachen. Tot meer was ik niet in staat.

Omdat ik altijd wel voorraad heb en niet naar de buurtsuper wilde fietsen, besloot ik tegen etenstijd maar eens de keukenkasten af te struinen met de blik van een kookkunstenaar. Niet dat ik het ben, maar het bekt lekker als ik het hardop tegen mezelf zeg: “Kookkunstenaar make me some food art!”
Bij een single als ik werd pasta snel gevonden; tevens wat blikjes met tonijn en fruit die ik ooit blindelings in mijn winkelmandje had geworpen met het idee dat ooit eens te gaan nuttigen.
Héérlijke vrijheid is dat overigens: dingen – zonder enkele vorm van schroom – in het winkelmandje werpen. Weggooien doe ik weinig. Een soort ingebouwde Scrooge weet wanneer iets opgemaakt moet worden voordat het over datum is. En zelfs dan eet ik soms dingen op. Ben het levende bewijs dat dat gewoon kan.

Dus het werd mienestjes, tonijnstukken met groenten (neem dat groenten maar met een korreltje zout) en stukjes ananas voor de frisheid. Houd ik van. Frisse bite.
Ik kookte de mie, goot deze na 5 minuten koken af, wierp het terug in de pan, roerde er het blikje tonijn doorheen en maakte het bord op met een smiley van ananasblokjes.

Cijfer: 5,5 voor de moeite.

Er had van mij nog wat meer pit in gemogen. Rood pepertje, ui, wat citroensap en verse peterselie.

“Vaarwel”

This must be the end of the show
I hate to see you go
But it’s all over now

(The Cats: The end of the show, 1972)

Vanuit mijn raam zie ik haar, met een dansende groene paardenstaart, de hoek om gaan. Ze weet niet dat ik haar nog even nastaar. Het is goed zo. Geen traan.
Op de een of andere manier kom ik toch niet van Saiko af. Is een gevoel, niet een zeker weten.

10 uur: Bliep. Sms. “Ben er over een kwartiertje”
‘Vooruit dan maar’, typ ik terug.
Het is een grapje tussen ons.
Ze weet immers dat ik er nooit een probleem van maak of van gemaakt heb dat ze later aankomt; wellicht in het begin. Het was toen meer bezorgdheid om haar welzijn. Inmiddels vind ik haar een grote meid, dus die loopt niet in zeven sloten tegelijk.

Ik begin er zelf over: “Dan eindigt het maar vandaag”. Zonder emotioneel gedoe.
Zag ik haar dan toch even schrikken of wilde ik dat zien?
Volgens mijn blog van 2 februari 2014 was er al sprake van dat het ooit zou eindigen, vandaag was een mooie dag.
“Je gaat nog wel een narekening krijgen. Eigen bijdrage vanaf januari 2015, maar daar gaan we een bezwaarschrift voor indienen.”
Typisch de regering. Heb er nooit bericht over gekregen. Ik haal mijn schouders op: “Dat is dan maar zo. De koffie wordt duur betaald”, grap ik. We lachen samen.

Zij blijft in mijn telefoonlijst staan, ik in die van haar. Indien nodig. Mezelf kennende zal dat nooit gebeuren. “Maar mocht je in de buurt zijn, je bent welkom”, vertel ik haar. Wetende dat die kans ook klein is. Het zijn hoffelijkheden over en weer.

We nemen afscheid met een hand. Haar cliënten mogen in hun handen knijpen.
Het waren vijf mooie jaren.

En ik kan het niet laten!
XX op je wangen. Virtueel.
Dag lieve Saiko !

Spoken

Ik lag in bed met Herman Brusselmans. De schrijver. Althans zijn woorden dan. Als hij werkelijk naast me had gelegen had hij waarschijnlijk gezegd: “Ik mis Phoebe”.
Na een paar pagina’s was het genoeg. ‘Arme Phoebe’, dacht ik nog en legde het boek op het tafeltje naast het bed, samen met de leesbril. Was ik maar Chinees, dan had ik einde van zijn boek “ Zul je mij altijd graag zien? “ al gekend.
Ik wilde slapen en luisterde in het donker naar de geluiden buiten. Wellicht omdat velen op vakantie zijn, maar buiten een hitsige scooter hoorde ik niets. Zelfs geen politie, ziekenwagen of brandweer sirene. Alleen het suizen in mijn hoofd was weer eens duidelijk aanwezig. Zolang ik me daar niet kwaad of ongerust over maak, is er goed mee te leven.
De buren gingen wel naar bed. Hoorbaar. Nadat buurman de slaapkamerdeur ooit van piepen had verlost, controleert hij nu of de deur echt dicht zit door deze hoorbaar te sluiten. Ikzelf vind dat geruststellend. Ze leven dan nog.

01:39 uur.
Slapen gaat het niet worden. Ik zou in principe moe moeten zijn, ken alle trucjes om in dromenland te raken, maar deze nacht niet. Te veel gedachten borrelen steeds op en waaien weer weg om plaats te maken voor indrukken die ik de afgelopen dagen heb meegemaakt. Geen wereldschokkende zaken, maar het brein daarboven kan het niet loslaten.
Ben dus maar opgestaan. Woelen in een krakend bed lukt me niet. Waterkoker aangezet en nu met tien vingers woorden typen in de hoop inspiratie op te doen voor dromenland. Ik acht die kans klein, maar wie weet.

02,09 uur.
Mok thee naast me en smeulende peuk in de wit metalen asbak die ik een paar jaar geleden nog heb gekocht voor € 0,50 in de kringloopwinkel. Ondanks het vele wassen is zowel de prijs als de barcode nog duidelijk af te lezen.

02,16 uur
De eerste sirene van de nacht. De stad leeft dus ook nog. Aan het wegstervende geluid te horen is het ergens richting het Haarlemmerplein. Hopelijk niets ernstigs.
Ga zo mijn kussen en deken maar pakken. Wellicht dat de bank helpt deze nacht. Al is het maar een paar uur.

Slaap lekker.
Ik zal vast nog even door spoken.

Ps. Ik wilde nog over Renata schrijven, maar dan ga ik net zo zeveren als Herman.

Koffiesletje

Ik had het wellicht niet moeten of mogen zeggen. Koffiesletje. Tegenwoordig mag denken nog wel, maar zeggen? Denk daar minstens een kwartier over na. Voor je het weet voelt iemand zich gekwetst. Natuurlijk geldt dit niet voor machines, maar ik twijfel daar nu aan.

Sjaak gaf me raad mee: “Je hebt de Viva toch wel eerst doorgespoeld met enkel water? Elke toevoer van water is fabriekswege ingevet.”
Heel blij zette ik daarna koffie. Het smaakte geweldig en de machine stond nog eens mooi op een blinkend aanrecht te stralen. Goede aankoop.
Toen ik de laatste mok wilde vullen, viel me op dat het lampje niet brandde. Wellicht hoorde dat zo, dus besteedde ik er verder geen aandacht aan. Zondag was het gelukzalige gevoel van een nieuwe machine er ook nog, zette ik koffie en genoot er heel burgerlijk van alsof het een kostbaar goedje betrof. Wederom was het lampje na een tijdje uit.
Met een bril op de neus bladerde ik door de handleiding. Nergens stond vermeld dat Viva zichzelf uit kon schakelen. Dacht toch wel dat ik dat zelf uitmaakte. Ja toch?!

Vandaag – op mijn vrije dag – nam ik Viva mee terug naar de winkel. Brandschoon en netjes ingepakt in de doos. De dame bij de kassa, een echte Blokkermoeke, hoorde mijn verhaal aan, keek verwonderd en riep er een collega bij.
“Ja, nee, dat hoort zo”, zei de blondine met een stalen gezicht.
“Ja maar..”, probeerde ik nog.
“Is voor de veiligheid ingebouwd”, ging ze verder,”dus als je een volle pot zet, dan zal deze bij zes kopjes ongeveer uitschakelen.”
“Dus je zet koffie en moet de ketel dan gelijk leegschenken?”, vroeg Blokkermoeke. Achter haar kwam nog een collega staan met een blik in haar ogen of ze vuur zag branden toen zij het verhaal hoorde; diezelfde blik moet ik ook gehad hebben, want we knikten instemmend naar elkaar.
“Het is een koffiemachine! Ik bepaal toch wanneer deze uitgezet wordt? Als deze zichzelf halverwege de ketel uitschakelt, dan wordt de koffie koud of ik moet heel gehaast koffie gaan zitten leuten”, zei ik.
“Is bij de nieuwste koffiemachines zo ingebouwd. Of u moet een ouderwetse nemen, die zijn er ook nog.”

Achteraf bleek haar verhaal te kloppen. Mijn koffiesletje Viva schakelt zichzelf uit. In de vitrine, bij alle andere koffiemachines, stond precies dezelfde machine maar nu met een andere etiket erop geplakt die aangaf dat deze zich na twee uur uitschakelde. Twee uur, daar kon ik mee leven, maar niet bij een halve pot en dan uitschakelen. Dat is twee mokken koffie in mijn geval.
Ik mocht Viva achterlaten en met een andere, veel ouderwetser, naar huis. Eentje met een lampje dat rood brandt als deze aanstaat en uitgaat wanneer ik er weer op druk.
Omdat deze goedkoper bleek te zijn, nam ik er voor de zekerheid maar een theelicht bij van glas.

Ik heb mijn lesje geleerd.
Een koffieapparaat krijgt geen naam meer!

Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 790 andere volgers