Klaagvrije maandag

Ping!
Uitnodiging voor een event op Facebook. Uit nieuwsgierigheid klik ik toch op de link en bekijk de pagina.

KlagenEen dag niet klagen levert heel veel op! Niet klagen in je hoofd en niet klagen hardop.. wat komt ervoor in de plaats?

  • zeggen wat je wilt

  • denken wat je behoefte is achter hetgeen waarover je eigenlijk wou klagen
  • stilte, omdat je gaat loslaten dat waar je toch niets aan veranderen kunt

Etc. [[ Klik ]]

Ook de vraag of ik meedoe. Er is een optie met “misschien”. Mijn keuze dus.
Persoonlijk ben ik niet zo happig op events. Enige waar ik ooit aan mee heb gedaan was voor het dierenasiel in Amsterdam. Die was – achteraf gezien – ontzettend leuk en heb er nog leuke kennissen aan overgehouden.

Deze ochtend (maandag dus) was ik ver voor mijn wekker wakker. Door het raam zie ik dat het weer niet al te best is. Grijze lucht en meeuwen zweven al vroeg hun rondes boven het Food Centre Amsterdam (FCA) aan de Jan van Galenstraat. Daar is vroeg in de morgen de beste plek om eten te vinden voor allerlei dieren. Mijn humeur is redelijk. Natuurlijk omdat ik wil kijken of het me lukt om niet te klagen. Zeker nu ik net drie dagen vrij heb gehad en het tempo in mijn doen en laten nog een paar dagen meer vrij verlangt.
Enkele leuke vooruitzichten borrelen boven. De assistent van mijn baas is vandaag weer terug van vakantie, dus ik kan weer zoeken naar een eigen draai in de zaak, mijn vakantie is weer een stuk dichterbij en ik kan weer mijn eigen uren werken! Ik word er verdomd vrolijk van zo rond 06.30 uur.

Op Facebook vliegen de maandagplaatjes reeds voorbij. De maandagklagers zijn ook wakker. Ik juich de maandag toe! Natuurlijk met een vrolijk plaatje. Een hond die grappig kijkt.
Het plaatsen van vrolijke plaatjes/filmpjes/artikelen doe ik expres. Al zo lang dat ik zelf niet eens meer weet wanneer dat begonnen is. Ik kan gerust stellen dat het sterft van de katten en andere vrolijke dieren in mijn fotoalbum. Ten eerste omdat ik het leuk vind EN ik wil een positieve pagina. Even iets luchtigs tussen alle ellende in de media. Heel soms link ik ook wel ellende, maar wis die later weer. Ellendig nieuws moet daar blijven waar het hoort.

Voor de rest van de dag ging het goed. Heb zelfs mijn collega aangeboden om morgen later te beginnen zodat hij niet zonder personeel zit aan het eind van de dag.
BAM! Score op de positiviteitsmeter van mijn hart.

Vanavond een vergadering, maar ik ga niet. Heb een rustige avond verdiend. Hopelijk is er wat op de buis te zien, want anders weet ik niet of ik het ga redden tot 00.00 uur.

#wEet ik dat ook weer

Simpel en voedzaam

Simpel en voedzaam

Al de hele dag hoor ik het stemmetje van Chef Suus: “Je moet wel naar buiten gaan hoor!”
Nadat ik de nacht van mijn leven heb gehad met prachtige bliksemschichten een grommende aarde en regenbuien die zijn weerga niet kende, had ik daar geen zin in.
Te slaperig en hangerig en geen idee wat te ondernemen terwijl het klamme zweet zich over mijn hele lichaam leek te verspreiden. Zelfs mijn geliefde teenslippers deed ik niet aan. Tukje gedaan, wat gelezen en gelachen. Tot meer was ik niet in staat.

Omdat ik altijd wel voorraad heb en niet naar de buurtsuper wilde fietsen, besloot ik tegen etenstijd maar eens de keukenkasten af te struinen met de blik van een kookkunstenaar. Niet dat ik het ben, maar het bekt lekker als ik het hardop tegen mezelf zeg: “Kookkunstenaar make me some food art!”
Bij een single als ik werd pasta snel gevonden; tevens wat blikjes met tonijn en fruit die ik ooit blindelings in mijn winkelmandje had geworpen met het idee dat ooit eens te gaan nuttigen.
Héérlijke vrijheid is dat overigens: dingen – zonder enkele vorm van schroom – in het winkelmandje werpen. Weggooien doe ik weinig. Een soort ingebouwde Scrooge weet wanneer iets opgemaakt moet worden voordat het over datum is. En zelfs dan eet ik soms dingen op. Ben het levende bewijs dat dat gewoon kan.

Dus het werd mienestjes, tonijnstukken met groenten (neem dat groenten maar met een korreltje zout) en stukjes ananas voor de frisheid. Houd ik van. Frisse bite.
Ik kookte de mie, goot deze na 5 minuten koken af, wierp het terug in de pan, roerde er het blikje tonijn doorheen en maakte het bord op met een smiley van ananasblokjes.

Cijfer: 5,5 voor de moeite.

Er had van mij nog wat meer pit in gemogen. Rood pepertje, ui, wat citroensap en verse peterselie.

“Vaarwel”

This must be the end of the show
I hate to see you go
But it’s all over now

(The Cats: The end of the show, 1972)

Vanuit mijn raam zie ik haar, met een dansende groene paardenstaart, de hoek om gaan. Ze weet niet dat ik haar nog even nastaar. Het is goed zo. Geen traan.
Op de een of andere manier kom ik toch niet van Saiko af. Is een gevoel, niet een zeker weten.

10 uur: Bliep. Sms. “Ben er over een kwartiertje”
‘Vooruit dan maar’, typ ik terug.
Het is een grapje tussen ons.
Ze weet immers dat ik er nooit een probleem van maak of van gemaakt heb dat ze later aankomt; wellicht in het begin. Het was toen meer bezorgdheid om haar welzijn. Inmiddels vind ik haar een grote meid, dus die loopt niet in zeven sloten tegelijk.

Ik begin er zelf over: “Dan eindigt het maar vandaag”. Zonder emotioneel gedoe.
Zag ik haar dan toch even schrikken of wilde ik dat zien?
Volgens mijn blog van 2 februari 2014 was er al sprake van dat het ooit zou eindigen, vandaag was een mooie dag.
“Je gaat nog wel een narekening krijgen. Eigen bijdrage vanaf januari 2015, maar daar gaan we een bezwaarschrift voor indienen.”
Typisch de regering. Heb er nooit bericht over gekregen. Ik haal mijn schouders op: “Dat is dan maar zo. De koffie wordt duur betaald”, grap ik. We lachen samen.

Zij blijft in mijn telefoonlijst staan, ik in die van haar. Indien nodig. Mezelf kennende zal dat nooit gebeuren. “Maar mocht je in de buurt zijn, je bent welkom”, vertel ik haar. Wetende dat die kans ook klein is. Het zijn hoffelijkheden over en weer.

We nemen afscheid met een hand. Haar cliënten mogen in hun handen knijpen.
Het waren vijf mooie jaren.

En ik kan het niet laten!
XX op je wangen. Virtueel.
Dag lieve Saiko !

Spoken

Ik lag in bed met Herman Brusselmans. De schrijver. Althans zijn woorden dan. Als hij werkelijk naast me had gelegen had hij waarschijnlijk gezegd: “Ik mis Phoebe”.
Na een paar pagina’s was het genoeg. ‘Arme Phoebe’, dacht ik nog en legde het boek op het tafeltje naast het bed, samen met de leesbril. Was ik maar Chinees, dan had ik einde van zijn boek “ Zul je mij altijd graag zien? “ al gekend.
Ik wilde slapen en luisterde in het donker naar de geluiden buiten. Wellicht omdat velen op vakantie zijn, maar buiten een hitsige scooter hoorde ik niets. Zelfs geen politie, ziekenwagen of brandweer sirene. Alleen het suizen in mijn hoofd was weer eens duidelijk aanwezig. Zolang ik me daar niet kwaad of ongerust over maak, is er goed mee te leven.
De buren gingen wel naar bed. Hoorbaar. Nadat buurman de slaapkamerdeur ooit van piepen had verlost, controleert hij nu of de deur echt dicht zit door deze hoorbaar te sluiten. Ikzelf vind dat geruststellend. Ze leven dan nog.

01:39 uur.
Slapen gaat het niet worden. Ik zou in principe moe moeten zijn, ken alle trucjes om in dromenland te raken, maar deze nacht niet. Te veel gedachten borrelen steeds op en waaien weer weg om plaats te maken voor indrukken die ik de afgelopen dagen heb meegemaakt. Geen wereldschokkende zaken, maar het brein daarboven kan het niet loslaten.
Ben dus maar opgestaan. Woelen in een krakend bed lukt me niet. Waterkoker aangezet en nu met tien vingers woorden typen in de hoop inspiratie op te doen voor dromenland. Ik acht die kans klein, maar wie weet.

02,09 uur.
Mok thee naast me en smeulende peuk in de wit metalen asbak die ik een paar jaar geleden nog heb gekocht voor € 0,50 in de kringloopwinkel. Ondanks het vele wassen is zowel de prijs als de barcode nog duidelijk af te lezen.

02,16 uur
De eerste sirene van de nacht. De stad leeft dus ook nog. Aan het wegstervende geluid te horen is het ergens richting het Haarlemmerplein. Hopelijk niets ernstigs.
Ga zo mijn kussen en deken maar pakken. Wellicht dat de bank helpt deze nacht. Al is het maar een paar uur.

Slaap lekker.
Ik zal vast nog even door spoken.

Ps. Ik wilde nog over Renata schrijven, maar dan ga ik net zo zeveren als Herman.

Koffiesletje

Ik had het wellicht niet moeten of mogen zeggen. Koffiesletje. Tegenwoordig mag denken nog wel, maar zeggen? Denk daar minstens een kwartier over na. Voor je het weet voelt iemand zich gekwetst. Natuurlijk geldt dit niet voor machines, maar ik twijfel daar nu aan.

Sjaak gaf me raad mee: “Je hebt de Viva toch wel eerst doorgespoeld met enkel water? Elke toevoer van water is fabriekswege ingevet.”
Heel blij zette ik daarna koffie. Het smaakte geweldig en de machine stond nog eens mooi op een blinkend aanrecht te stralen. Goede aankoop.
Toen ik de laatste mok wilde vullen, viel me op dat het lampje niet brandde. Wellicht hoorde dat zo, dus besteedde ik er verder geen aandacht aan. Zondag was het gelukzalige gevoel van een nieuwe machine er ook nog, zette ik koffie en genoot er heel burgerlijk van alsof het een kostbaar goedje betrof. Wederom was het lampje na een tijdje uit.
Met een bril op de neus bladerde ik door de handleiding. Nergens stond vermeld dat Viva zichzelf uit kon schakelen. Dacht toch wel dat ik dat zelf uitmaakte. Ja toch?!

Vandaag – op mijn vrije dag – nam ik Viva mee terug naar de winkel. Brandschoon en netjes ingepakt in de doos. De dame bij de kassa, een echte Blokkermoeke, hoorde mijn verhaal aan, keek verwonderd en riep er een collega bij.
“Ja, nee, dat hoort zo”, zei de blondine met een stalen gezicht.
“Ja maar..”, probeerde ik nog.
“Is voor de veiligheid ingebouwd”, ging ze verder,”dus als je een volle pot zet, dan zal deze bij zes kopjes ongeveer uitschakelen.”
“Dus je zet koffie en moet de ketel dan gelijk leegschenken?”, vroeg Blokkermoeke. Achter haar kwam nog een collega staan met een blik in haar ogen of ze vuur zag branden toen zij het verhaal hoorde; diezelfde blik moet ik ook gehad hebben, want we knikten instemmend naar elkaar.
“Het is een koffiemachine! Ik bepaal toch wanneer deze uitgezet wordt? Als deze zichzelf halverwege de ketel uitschakelt, dan wordt de koffie koud of ik moet heel gehaast koffie gaan zitten leuten”, zei ik.
“Is bij de nieuwste koffiemachines zo ingebouwd. Of u moet een ouderwetse nemen, die zijn er ook nog.”

Achteraf bleek haar verhaal te kloppen. Mijn koffiesletje Viva schakelt zichzelf uit. In de vitrine, bij alle andere koffiemachines, stond precies dezelfde machine maar nu met een andere etiket erop geplakt die aangaf dat deze zich na twee uur uitschakelde. Twee uur, daar kon ik mee leven, maar niet bij een halve pot en dan uitschakelen. Dat is twee mokken koffie in mijn geval.
Ik mocht Viva achterlaten en met een andere, veel ouderwetser, naar huis. Eentje met een lampje dat rood brandt als deze aanstaat en uitgaat wanneer ik er weer op druk.
Omdat deze goedkoper bleek te zijn, nam ik er voor de zekerheid maar een theelicht bij van glas.

Ik heb mijn lesje geleerd.
Een koffieapparaat krijgt geen naam meer!

Viva!

Viva

Viva

Wakker geschrokken door een scherpe lucht in mijn woning. Brandlucht om precies te zijn. Althans mijn brein interpreteerde het als zodanig.
Ik sprong van de bank en snoof als een hond in de lucht waar het het sterkst was. Buiten was niets te zien. Nadat ik de voordeur van het slot had gehaald, rook ik ook niets scherpers op de trap. De buren waren het dus niet.

Het bleek in de keuken te zijn. Eén van de elektrische apparaten. De geiser in ieder geval niet. Koelkast niet, magnetron kon niet omdat de stekker niet in het stopcontact zat dus moest het de waterkoker of koffiemachine zijn.
Het bleek mijn koffiebutler te zijn. Ondanks dat er een laagje water in zat om warm te houden, kwam er zo’n penetrante plastic lucht vanaf die de geurreceptoren in mijn neus irriteerden en de hersenen paniekerig waarschuwde dat het huis in brand stond. Beetje overdreven natuurlijk, maar zo zijn geurreceptoren nu eenmaal. Moord en brand schreeuwen in mijn hoofd als ze al een scheet ruiken.
Ik trok gelijk de stekker eruit en zette mijn balkondeur open om frisse lucht binnen te laten stromen. Hoe laat was het? 15.47 uur. Het middagdutje was abrupt voorbij. Buiten miezerde het en ik liep nog in een campingsmoking, slobbertrui en rond de blote voeten teenslippers. Het moest een lekkere luie zaterdag worden met in de avond pas een meeting met gelijkgestemden.

Dan ook maar meteen handelen, dacht ik. Op zondag ga ik echt niet zonder koffieapparaat zitten. Sinds mijn levensstandaard verbeterd is, is theedrinken met heet water uit de waterkoker wel een optie maar niet in de ochtend als mijn ogen net open zijn. Dus het werd snel omkleden en kijken of mijn wenkbrauwen er niet als boze borstels uitzagen; wat natuurlijk ridicuul is, maar is een dingetje van me.
Paula, mijn stalen ros, had wel zin in een ritje richting de Blokker op de Jan van Galenstraat. Tijd voor een warenonderzoek op internet kwam pas onderweg in mij op. Intuïtie zou het moeten doen. De machine moest wel aan enkele eisen voldoen: een lampje die bij inschakelen zou gaan branden en minimaal 12-15 kopjes kunnen zetten. Aan constant opnieuw koffiezetten had ik geen zin.
Minimale eisen dus. In de winkel was er keuze genoeg en toch viel mijn oog op een Philips.
Un café savoureux jusqu’à la dernière goutte”, verleidde de tekst op de doos. Kostte wel wat, maar deze voldeed precies aan mijn eisen. En Viva Collection stond er in gedrukt in de rechter bovenhoek. En Viva-vrouwen zijn vrouwen die weten wat koffieleuten is, was de redenatie. Niet dat Philips dat zo bedacht had natuurlijk, dat maakte ik er maar van en kon een glimlach niet onderdrukken.
Ik riep er een kindslaaf bij: “Die zou ik graag willen!” Per ongeluk wees ik naar een Braun. Zelfde prijs, zelfde specificaties maar verkeerde knopje. Bijna blozend en lachend om mijn eigen stommiteit, vertelde ik haar dat het de Viva Philips moest zijn.
Ze moest eerst even een sleutel halen bij haar meerdere die niet veel ouder dan zij bleek te zijn. Waar zijn de moederlijke Blokkervrouwen?
Of het de supermarkt is of een andere grote keten, over al zie je – in mijn ogen dan – kinderen werken. Kan ook zijn dat ik een ouwe lul ben geworden en zij mijn kinderen hadden kunnen zijn. Het valt mij telkens op. En natuurlijk is dat niet verkeerd, begrijp me goed.

Thuis zette ik Viva op het aanrecht. Ze hoort daar. Van geluk drukte ik mijn lippen op haar deksel.
Mijn koffiesletje totdat Viva er zelf genoeg van heeft.

1.000 Dagen

Het is zo lang geleden dat ik iets heb geschreven, maar er zit nog een verhaal ergens verstopt tussen de letters van de laptop. Een belofte die ik gedaan heb en nog moet nakomen.
Er is veel gebeurd tussen het laatste verhaal en deze letters op het scherm. Zie dit als een vingeroefening. Laat ik het daar even bij houden.

Voor mezelf deze tussenstand als geheugensteuntje:

Vanaf 03-07-2013 tot vandaag 13-11-2014 liggen:
498 dagen
71,14 weken
16,33 maanden
1,36 jaar

En van 17-02-2012 tot 13-11-2014:
1000 dagen
142,86 weken
32.87 maanden
2, 74 Jaren

Duizend dagen goed bezig. Waar ik met trots op terugkijk. Het is – als ik even aan schouderkloppen mag blijven doen – een hele prestatie. Ik ben nog nooit zo lang bij een club blijven hangen als lid.

Ik zet dit lidmaatschap anoniem voort; hoewel dit niet helemaal waar is. Men kent mij daar inmiddels.
En WordPress feliciteert me voor het 5 jaar aanwezig zijn.

Grappig.

Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 747 andere volgers