Koffiesletje

Ik had het wellicht niet moeten of mogen zeggen. Koffiesletje. Tegenwoordig mag denken nog wel, maar zeggen? Denk daar minstens een kwartier over na. Voor je het weet voelt iemand zich gekwetst. Natuurlijk geldt dit niet voor machines, maar ik twijfel daar nu aan.

Sjaak gaf me raad mee: “Je hebt de Viva toch wel eerst doorgespoeld met enkel water? Elke toevoer van water is fabriekswege ingevet.”
Heel blij zette ik daarna koffie. Het smaakte geweldig en de machine stond nog eens mooi op een blinkend aanrecht te stralen. Goede aankoop.
Toen ik de laatste mok wilde vullen, viel me op dat het lampje niet brandde. Wellicht hoorde dat zo, dus besteedde ik er verder geen aandacht aan. Zondag was het gelukzalige gevoel van een nieuwe machine er ook nog, zette ik koffie en genoot er heel burgerlijk van alsof het een kostbaar goedje betrof. Wederom was het lampje na een tijdje uit.
Met een bril op de neus bladerde ik door de handleiding. Nergens stond vermeld dat Viva zichzelf uit kon schakelen. Dacht toch wel dat ik dat zelf uitmaakte. Ja toch?!

Vandaag – op mijn vrije dag – nam ik Viva mee terug naar de winkel. Brandschoon en netjes ingepakt in de doos. De dame bij de kassa, een echte Blokkermoeke, hoorde mijn verhaal aan, keek verwonderd en riep er een collega bij.
“Ja, nee, dat hoort zo”, zei de blondine met een stalen gezicht.
“Ja maar..”, probeerde ik nog.
“Is voor de veiligheid ingebouwd”, ging ze verder,”dus als je een volle pot zet, dan zal deze bij zes kopjes ongeveer uitschakelen.”
“Dus je zet koffie en moet de ketel dan gelijk leegschenken?”, vroeg Blokkermoeke. Achter haar kwam nog een collega staan met een blik in haar ogen of ze vuur zag branden toen zij het verhaal hoorde; diezelfde blik moet ik ook gehad hebben, want we knikten instemmend naar elkaar.
“Het is een koffiemachine! Ik bepaal toch wanneer deze uitgezet wordt? Als deze zichzelf halverwege de ketel uitschakelt, dan wordt de koffie koud of ik moet heel gehaast koffie gaan zitten leuten”, zei ik.
“Is bij de nieuwste koffiemachines zo ingebouwd. Of u moet een ouderwetse nemen, die zijn er ook nog.”

Achteraf bleek haar verhaal te kloppen. Mijn koffiesletje Viva schakelt zichzelf uit. In de vitrine, bij alle andere koffiemachines, stond precies dezelfde machine maar nu met een andere etiket erop geplakt die aangaf dat deze zich na twee uur uitschakelde. Twee uur, daar kon ik mee leven, maar niet bij een halve pot en dan uitschakelen. Dat is twee mokken koffie in mijn geval.
Ik mocht Viva achterlaten en met een andere, veel ouderwetser, naar huis. Eentje met een lampje dat rood brandt als deze aanstaat en uitgaat wanneer ik er weer op druk.
Omdat deze goedkoper bleek te zijn, nam ik er voor de zekerheid maar een theelicht bij van glas.

Ik heb mijn lesje geleerd.
Een koffieapparaat krijgt geen naam meer!

Viva!

Viva

Viva

Wakker geschrokken door een scherpe lucht in mijn woning. Brandlucht om precies te zijn. Althans mijn brein interpreteerde het als zodanig.
Ik sprong van de bank en snoof als een hond in de lucht waar het het sterkst was. Buiten was niets te zien. Nadat ik de voordeur van het slot had gehaald, rook ik ook niets scherpers op de trap. De buren waren het dus niet.

Het bleek in de keuken te zijn. Eén van de elektrische apparaten. De geiser in ieder geval niet. Koelkast niet, magnetron kon niet omdat de stekker niet in het stopcontact zat dus moest het de waterkoker of koffiemachine zijn.
Het bleek mijn koffiebutler te zijn. Ondanks dat er een laagje water in zat om warm te houden, kwam er zo’n penetrante plastic lucht vanaf die de geurreceptoren in mijn neus irriteerden en de hersenen paniekerig waarschuwde dat het huis in brand stond. Beetje overdreven natuurlijk, maar zo zijn geurreceptoren nu eenmaal. Moord en brand schreeuwen in mijn hoofd als ze al een scheet ruiken.
Ik trok gelijk de stekker eruit en zette mijn balkondeur open om frisse lucht binnen te laten stromen. Hoe laat was het? 15.47 uur. Het middagdutje was abrupt voorbij. Buiten miezerde het en ik liep nog in een campingsmoking, slobbertrui en rond de blote voeten teenslippers. Het moest een lekkere luie zaterdag worden met in de avond pas een meeting met gelijkgestemden.

Dan ook maar meteen handelen, dacht ik. Op zondag ga ik echt niet zonder koffieapparaat zitten. Sinds mijn levensstandaard verbeterd is, is theedrinken met heet water uit de waterkoker wel een optie maar niet in de ochtend als mijn ogen net open zijn. Dus het werd snel omkleden en kijken of mijn wenkbrauwen er niet als boze borstels uitzagen; wat natuurlijk ridicuul is, maar is een dingetje van me.
Paula, mijn stalen ros, had wel zin in een ritje richting de Blokker op de Jan van Galenstraat. Tijd voor een warenonderzoek op internet kwam pas onderweg in mij op. Intuïtie zou het moeten doen. De machine moest wel aan enkele eisen voldoen: een lampje die bij inschakelen zou gaan branden en minimaal 12-15 kopjes kunnen zetten. Aan constant opnieuw koffiezetten had ik geen zin.
Minimale eisen dus. In de winkel was er keuze genoeg en toch viel mijn oog op een Philips.
Un café savoureux jusqu’à la dernière goutte”, verleidde de tekst op de doos. Kostte wel wat, maar deze voldeed precies aan mijn eisen. En Viva Collection stond er in gedrukt in de rechter bovenhoek. En Viva-vrouwen zijn vrouwen die weten wat koffieleuten is, was de redenatie. Niet dat Philips dat zo bedacht had natuurlijk, dat maakte ik er maar van en kon een glimlach niet onderdrukken.
Ik riep er een kindslaaf bij: “Die zou ik graag willen!” Per ongeluk wees ik naar een Braun. Zelfde prijs, zelfde specificaties maar verkeerde knopje. Bijna blozend en lachend om mijn eigen stommiteit, vertelde ik haar dat het de Viva Philips moest zijn.
Ze moest eerst even een sleutel halen bij haar meerdere die niet veel ouder dan zij bleek te zijn. Waar zijn de moederlijke Blokkervrouwen?
Of het de supermarkt is of een andere grote keten, over al zie je – in mijn ogen dan – kinderen werken. Kan ook zijn dat ik een ouwe lul ben geworden en zij mijn kinderen hadden kunnen zijn. Het valt mij telkens op. En natuurlijk is dat niet verkeerd, begrijp me goed.

Thuis zette ik Viva op het aanrecht. Ze hoort daar. Van geluk drukte ik mijn lippen op haar deksel.
Mijn koffiesletje totdat Viva er zelf genoeg van heeft.

1.000 Dagen

Het is zo lang geleden dat ik iets heb geschreven, maar er zit nog een verhaal ergens verstopt tussen de letters van de laptop. Een belofte die ik gedaan heb en nog moet nakomen.
Er is veel gebeurd tussen het laatste verhaal en deze letters op het scherm. Zie dit als een vingeroefening. Laat ik het daar even bij houden.

Voor mezelf deze tussenstand als geheugensteuntje:

Vanaf 03-07-2013 tot vandaag 13-11-2014 liggen:
498 dagen
71,14 weken
16,33 maanden
1,36 jaar

En van 17-02-2012 tot 13-11-2014:
1000 dagen
142,86 weken
32.87 maanden
2, 74 Jaren

Duizend dagen goed bezig. Waar ik met trots op terugkijk. Het is – als ik even aan schouderkloppen mag blijven doen – een hele prestatie. Ik ben nog nooit zo lang bij een club blijven hangen als lid.

Ik zet dit lidmaatschap anoniem voort; hoewel dit niet helemaal waar is. Men kent mij daar inmiddels.
En WordPress feliciteert me voor het 5 jaar aanwezig zijn.

Grappig.

Krankzinnig

Trappen! ‘Fly like the wind, grasshopper’.LG
Langs de Haarlemmerweg flitste er allerlei doembeelden voorbij. En toch gloorde er hoop. God zou me toch niet in de steek laten omdat ik me aan een belofte heb gehouden?
“Jezus, man! Denk je nou echt dat God ingrijpt terwijl de wereld in brand staat? Denk je dat nou echt?”. Ik hoor mezelf ja zeggen tussen het kreunen en steunen door. Dat doet Hij! Omdat ik een goede daad heb verricht en lief ben.
Het stemmetje begint hysterisch te lachen: “Really! Van welke planeet kom jij?”

Na thuiskomst waren mijn zinnen gezet op een was draaien. Even lekker alles fris en fruitig laten ruiken. Had de machine gevuld, de bijbehorende rituelen uitgevoerd en de startknop ingedrukt. Heel simpel, niets aan de hand.
Tijdens het internetten, onder het genot van een peuk en een dampende mok koffie, werd ik gebeld door Es: “Zou je mij vanavond kunnen vervangen? Ben gebeld door een familielid om op haar verjaardag te komen. Was me totaal ontschoten dat zij jarig was. Dus ik vroeg me af of jij.”
Voordat ze de rest van haar zin had afgemaakt, had ik al toegestemd.
Zou vanavond toch naar een vergadering van De Club gaan. Iets eerder gaan en dan de honneurs waarnemen als Chef du Café was gelijk een belofte die ik in kon lossen.

Ik at nog wat en wilde voor vertrek nog de was ophangen, zodat – bij thuiskomt – mijn campingsmoking (trainingsbroek) al lekker droog zou zijn om aan te trekken.
Alle lichten van de wasmachine knipperde. Vreemd. Nee, toch niet. Is me al eens eerder overkomen. Te zwaar beladen, maar deze keer zou dat niet mogelijk kunnen zijn.
Met de knop op een lagere centrifugeerstand en de trommel draaiende, verliet ik de woning. Vol vertrouwen. Een vertrouwen dat meer en meer kracht verloor naarmate de afstand groter werd van de woning. “Zeur toch niet!” Zei het positive stemmetje.

In rap tempo toverde ik een kale ruimte om in een gezellige vergaderzaal. Zette vier ketels koffie en twee kannen theewater. Vulde de suiker en poedermelk aan en zorgde dat de voorzitter alle middelen bij de hand had om er een geordend uurtje ‘leiding’ te geven.
Zweet parelde over mijn voorhoofd. Snel schreef ik nog een briefje voor de voorzitter dat iemand even Es moest bellen dat zij voor volgende week koffie, koffiefilters No4, koffiemelkpoeder en suiker moest aanschaffen. Haar telefoonnummer is niet in mijn bezit om een of andere vage reden en het nummer waar zij mij mee belde was als “privé” bestempeld.
Natuurlijk wachtte ik tot er iemand kwam om uit te leggen wat er speelde. Alles stond klaar, maar ik moest er vandoor.
Hoeveel tijd was er al verstreken? Zou alles thuis nog in orde zijn?

Ik vloog de trappen op naar de vierde etage die op papier derde etage heet. Gelukkig. Niets aan de hand. Hoewel. De lichtjes knipperde weer als een bezetene.
Uiteindelijk hangt alles aan de lijn en zit ik dit te typen met een mok koffie. De geur van vers gewassen textiel trekt langzaam door mijn woning. Héérlijk.
Maar toch speelde ik met het idee om keihard terug te fietsen om het laatste deel van de vergadering mee te pikken.

Dat zou pas echt krankzinnig zijn!

In m’n blote reet

Jacobse en van Es

Jacobse en van Es

Op de hoek van het tafeltje hangt ‘Dromenvanger’ van Stephen King halverwege opengeslagen over de rand. Er naast, in een harde koker, kijken twee brilglazen zonder ogen naar het plafond van de slaapkamer. “Hoe laat is het eigenlijk?”, vraag ik me af? Ergens in de nacht, dat is zeker. Buiten klinken stemmen. De woorden kan ik niet verstaan, maar ze zijn luid. Door het warme weer maakt het niet uit welk tijdstip je wakker schrikt in de nacht. De buurt leeft alsof het hier het centrum van de stad betreft. De behoefte om te schreeuwen is bij de nachtbrakers buiten heel normaal. Dat anderen bij het ochtendgloren zich klaar moeten maken voor een productieve dag ontgaat hen. Uit nieuwsgierigheid pak ik toch het mobieltje van de tafel naast het bed, druk op de grote knop in het midden waardoor deze opleeft: 03.47 uur. “Jezus”, ontsnapt als een lome zucht uit mijn mond. Nadat ik het licht weer uit heb gedaan, val ik na een tijdje weer in slaap en droom over een gesprek met een collega. Een pittig gesprek.

Vandaag kwam de woningbouw langs. Het schijnt nogal een ‘ding’ te zijn. Althans. Ik heb er een ‘ding’ van gemaakt. Een buitenproportioneel ding, want daar ben ik goed in. Gelukkig besef ik dat; een gigantische sprong voorwaarts. Aan de ene kant accepteer ik dat ik dan anders reageer dan op een normale doordeweekse dag, maar er kan natuurlijk wel verbetering in worden aangebracht. Vooral het onzinnige gevoel dat ik overal verantwoording voor moet afleggen over hoe ik het liefst en prettigst leef. Sommige dingen boeien mij gewoon niet. Neem de slaapkamer. Behang aan de muur of deze een likje verf geven? De muren in de slaapkamer zijn nog zoals ik ze hier anderhalf jaar geleden aantrof: kaal. Boeie! Komt vanzelf. Wie ziet ze? Juistem. Ik! En toch. Dat knijpende gevoel in de maag als er iemand over de vloer komt. Wat is dat toch? Dat gevoel van: “Wat zullen ze wel niet denken???” Verschrikkelijk. Behaagziek. Dat is het.

Was het dan zo’n teringzooi bij me? Absoluut niet. Gebbetje, de lieve schat van een hond, is mijn getuige. Het is hier een woning zoals er velen zijn. Maar alles moest – voor mijn gevoel dan – voldoen aan de hoogste normen van properheid, want de woningbouwvereniging is natuurlijk niet een moeder die even langs komt wippen voor een kopje koffie met mergpijp op het schoteltje, leunend tegen het kopje waardoor de chocolade tegen de wand aan smelt. Zij waren al hoger geplaatst dan God bijvoorbeeld. Hun mening kan maken of breken. Dat maakte ik er natuurlijk van.
Zondag had ik al vier ruimtes het label ‘Top’ gegeven. Kostte me wel een leuke afspraak met vriendin van me. Achteraf – maar dat is als veel dingen – had die afspraak makkelijk door kunnen gaan, ware het niet dat ik me een paniekaanval in manoeuvreerde. Oud gedrag.
Had ik zondagmiddag dus vrij. Dan maar een ‘Me-Hour’. Alle apparatuur uit en liggend op de vloer even een uurtje mediteren. Het werkte. Ik werd weer de rust zelve.
Woensdag, de dag voor de keuring, alle ramen en kozijnen een heerlijke sopbeurt gegeven. Want vlekjes, spatjes, vinger en neusafdrukken moesten natuurlijk worden verwijderd. Ook m’n haar gedaan, baard geschoren en boodschappen gehaald. Toch nog maar even de stofzuiger gepakt en de ruimtes even aangeraakt.

In de keuken, tijdens het zetten van een ketel koffie terwijl een paar boterhammen op het aanrecht lagen te ontdooien, schoot er een tekst van een liedje te binnen. Een oudje:

Je hoeft me niet te zeggen hoe ik leven moet
Ik hoef toch niet te leven zoals jij dat doet
Ik kom niet aan het jouwe, jij komt niet aan het mijne
Ik laat jou in je waarde, laat je mij dan in de mijne
Je hoeft me niet te zeggen hoe ik leven moet
Voor mijn part loop ik buiten in mijn ondergoed
Of in m’n blote reet, dat is me om het even
Zolang ik maar gezond ben en plezier heb in het leven

Zo is het eigenlijk wel. Oké. Buiten rondlopen in ondergoed of blote reet is niet verstandig.
Over een paar uur komen de mannen en ik ben er helemaal klaar voor. Totaal geen zenuwen want alles is – voor mijn gevoel – goedgekeurd door mij.
Met een mok koffie loop ik de woonkamer binnen. De zon schijnt heerlijk door de schone ramen. Bijna krijg ik een hartstilstand. Ik zie strepen! Een raam zo erg dat het lijkt of er iemand met een vieze doek er ‘ s nachts overheen heeft lopen poetsen. Ik zet de koffie neer en haal een oude theedoek en glassex. Na tien minuten kijk ik met een mok koffie in de hand tevreden naar buiten.

Stipt om tien uur gaat de deurbel. De woningbouwvereniging. Twee mannen. Gelijk een oordeel: Jacobse en van Es. “Is Saiko er ook?”, vraagt de ene. “Ze zou komen”, zeg ik met uitgestoken hand die door beide heren wordt geschud.
Ik ken Saiko. Zij houdt het graag spannend tot op de minuut. Waar ik 15 minuten van tevoren ben op een afspraak, daar komt zij op de laatste slag van de klok aan. Ik maak me om haar geen zorgen, die verschijnt vanzelf.
“Ik ken deze woningen”, begint hij weer, “Ga alvast kijken, als u dat niet erg vindt” Dat is in orde natuurlijk. Wie ben ik om te weigeren? Hij bekijkt de ruimtes en mompelt wat. Ik leg uit dat er nog geen behang op de muren zit. Heeft hij ook niet. “De mijn heb ik gesaust”, zegt Tedje van Es. Gelukkig belt Saiko aan. Ik laat haar binnen. Zij en de heren praten nog wat met elkaar waar ik gewoon bij sta. Alsof ik er niet echt toe doe. En dan zijn ze weer weg.

“Kopje koffie?”, vraag ik aan Saiko. Dat lust ze wel. Aangezien de koffie al lang en breed klaar is, zijn de heren nog geen 10 minuten in mijn woning geweest.

Ik weet ik heb m’n fouten
Maar ook m’n goeie kanten
M’n eigen idealen
Al zijn het niet de jouwe
Vertrouwen in mezelf
Dat is nog net gebleven
Die tijd die is voorbij
Dat ik voor jou kon beven
Dus jij komt mij vertellen
Hoe ik me moet gedragen in het leven.

Lied van: Benny Neyman [YouTube]

Verhaal herhaald

IngFlesjegif“Hey! Pannenkoek! Ik weet niet wat je van plan bent, maar dit gaat niet gebeuren! Niet vandaag althans. Niet met mijn gleuf.” Er stond iets anders op het schermpje te lezen, maar zo las ik het dus niet. Mijn pinpas weigerde dienst. En de rij achter mij werd langer en langer. Een raadsel geboren.

Het was aan het eind van de dag en de start van het weekend. Lichaam en geest verlangde naar die paar dagen rust. “Heeft u wel voldoende saldo op uw rekening?” Het meisje had wellicht gelijk, had ik dat wel? Het salaris was toch gestort?
Jij hebt altijd wel ergens geld. Je bent net een ouwe Jood‘, zei de stem van mijn oma lachend. En in plaats van flappen uit mijn portemonnee te trekken wreef ik de pas een paar maal over m’n sweater en probeerde het nogmaals.
“Probeer de geldmachine even”, stelde het meisje voor. De boodschappen liet ik bij de kassa en sloot me aan bij de pinmachine een paar meter verderop. Mensen worden daar heel ongedurig van. En de meest ongeduldige zijn zij die maar één item hoeven af te rekenen. Er moet toch gewoon geld op mijn rekening staan, zei het stemmetje tussen de oren. Naar het meisje achter de kassa en de wachtende rij achter mijn boodschappen trok ik vertwijfeld mijn schouders op. Ook ik stond in de rij op mijn beurt te wachten. De telefoon ging. Saiko aan de andere kant. Hoe het met me ging. Rap legde ik uit wat er aan de hand was. En om de situatie niet nog erger te maken door gezellig te gaan staan kletsen terwijl iedereen mij aankeek, zei ik dat ik het kort moest houden. Anderen kunnen die druk wellicht aan, maar ik niet. Ze beloofde me later terug te bellen.
De geldmachine weigerde ook en vertelde me met vriendelijke bewoording dat het raadzaam was de dichtstbijzijnde bank te bezoeken, want er hing een luchtje aan de pas. Het stonk. Alarmfase 10! Zuchtend liep ik terug naar de kassa.
Tussen allerlei bonnetjes en papiertjes vond ik €15,= aan papiergeld. De caissière gaf me twee muntjes van twintig eurocent terug. Mazzel dat ik toevallig genoeg bij me had? Ditmaal wel. De rij achter mij slaakte hoorbaar een zucht van verlichting: “Had je niet gelijk met geld kunnen betalen?”
Achteraf gezien natuurlijk wel, maar op moment zelf, met een vermoeid lichaam en geest die allerlei scenario’s aan het bedenken was over het waarom, drong dat schijnbaar niet meer tot me door.

Dichtstbijzijnde bank? Aan de Bos en Lommerweg heeft de ING een filiaal. Was deze nog wel open na 16.00 uur? Het was inmiddels, door mijn gehannes, al 16.47 uur. Hoe groot is de kans op vrijdag? Toch besteeg ik Paula, mijn stalen ros, en trapte die kant op.
‘Bent u nog open?’, gebaarde ik met handgebaren en lippen die wijd articuleerde. De man in pak knikte dus zette ik Paula op slot en wandelde naar binnen.
“Wat kan ik voor u betekenen?” Vroeg hij. Na mijn verhaal nam hij me mee naar een van de lege plekken waar een computer niets stond te doen. “Ben blij dat ik dit vandaag nog kan regelen”, zei ik. “We zijn open tot zes uur”, antwoordde hij trots. Hij nam mijn pinpas en legitimatiebewijs aan: “Dit gaat wel even duren, neemt u plaats. Wilt u misschien een flesje water?”
Nou. Dat luste ik wel. Toen hij het flesje ging halen trok ik mijn winterjas uit en hing deze over de rug van de stoel. Mijn hemel, wat stonk ik. Niet te harden gewoon. Arbeiderszweet in de puurste vorm. De lucht van een muizenkooi die nog verschoont dient te worden. De bacteriën waren al héérlijk aan het feesten onder mijn oksels en in de bedrijfskleding die ik aan had gehouden. Het heerschap die mij hielp en mij het flesje overhandigde hield zijn gezicht gelukkig in de plooi, dus besteedde ik er ook geen aandacht meer aan, hoewel ik de penetrante lucht wel bleef ruiken.
Na enkele minuten had hij het antwoord: “Het schijnt dat er in december 2013 een nieuwe pas naar u is gestuurd, daarom is deze geblokkeerd. De Minahassastraat. Is dat uw huidige adres?” Ik knikte van niet en hij stelde voor het huidige adres gelijk maar in te voeren. “Alles doe ik elektronisch, krijg geen afschriften meer, dus is het mij ontschoten.” Hij knikte begrijpend. “Wilt u eventueel weer een papieren versie ontvangen van uw afschriften?” Nee, dat wilde ik niet. Zonde van de natuur en gedoe met mappen.
Nu hij toch bezig was – ik hoefde er niet eens om te vragen – wilde het heerschap gelijk mijn spaarrekening overzetten naar een andere spaarvorm die nog gunstiger zou zijn. Dat mocht van mij. Was al blij dat ik geholpen werd en het water uit het flesje mij goed smaakte. Scheen ik ook nog eens € 3,87 rente extra te hebben gevangen bij het overboeken van en naar. Automatisch sparen wilde ik nog niet, hoewel hij overtuigend klonk om dit wel te doen. Na heel wat getyp van zijn kant moest ik een nummer bellen en mijn verhaal nogmaals doen aan heer aan de andere kant van de lijn. Het zou 3-5 werkdagen duren eer er een nieuwe pas – helemaal gratis (kuch) – op het nieuwe adres zou aankomen. De andere werd – eveneens gratis – geblokkeerd.

Op naar een andere balie. Geld van een rekening halen met verlopen pas is gelukkig nog mogelijk. Ik kreeg een nummertje in handen gedrukt en moest wachten. Ik sms’te Saiko dat ik weer bereikbaar was. “Echt. Ik stink gewoon als een bunzing”, vertelde ik haar na mijn verhaal nogmaals te hebben gedaan.
En toen: “Eén april kan de woning nog niet op jouw naam worden gezet. Ze hebben het heel druk. De woningbouw wilt je woning eerst laten inspecteren voor je de overdracht kan tekenen.”, meldde ze, “Drie april tussen tien en elf uur. Het kan ook één uur worden, dus ik zou maar een hele dag opnemen.” Welja, dat kon er ook nog wel bij. “Kun je me een mailtje of sms sturen? De kans dat ik dit onthou is nihil”, zei ik voordat ik ophing omdat ik geld kon opnemen.

De man achter de kassa van de bank was moe en kreeg toch mijn verhaal ook te horen. Hij toetste wat in. Ik moest op ok drukken, maar dat kon natuurlijk niet omdat mijn pas geblokkeerd was. “Oh. Ik dacht dat u een nieuwe pincode wilde aanvragen. Komt door vermoeidheid.”
Ik dacht daar het mijne van. Hij had net staan kletsen met een mooie vrouwelijke collega. “Het is vrijdag, kan gebeuren!” Zei ik opgewekt. Oké, die opgewektheid was nep, maar ik wilde dan ook heel graag naar huis met wat flappen in m’n portemonnee. Er was ‘s avonds nog een vergadering, ik had dienst en geen koffie ingekocht. Was me ontschoten bij de kassa in de winkel. “Hoeveel wilt u opnemen?” Hoeveel verbruik ik per dag? Minder dan tien euro: “Doe maar 75 euro”, zei ik. Lekker ruim en de voorraad in de portemonnee klopte dan ook weer. “70 kan wel”, zei hij vermoeid. Het duurde even, maar toen mocht ik eindelijk weg. Naar huis waar een campingsmoking en teenslippers op me lagen te wachten.

“Wat is het toch dat mensen veel met briefjes van 50 euro betalen terwijl er ook kleinere flappen zijn?”, vroeg ik hem voor ik vertrok.
Hij trok zijn schouders op.
Dat raadsel moet ik later nog maar eens uitzoeken.

Saiko

Met een druk op de linkermuisknop verdween mijn bericht, met de digitale postbode, richting Amsterdam-Noord. Het laatste stukje informatie dat Saiko nodig heeft voor aanstaande officiële papieren zodat de woning waarin ik vertoef op mijn naam komt te staan. Dan komt er na vier jaar langzaam maar zeker een scheiding van onze levens.

Het was 28 november 2010 toen een blog eindigde met de woorden: Saiko betekent “getalenteerd” in het Japans, fictieve naam, moi.
Geen slecht gekozen naam, al zeg ik het zelf. Het bekt in ieder geval wel goed.

Voordat ik aan dit verhaal begon, herlas ik alle verhalen nog eens door waar haar fictieve naam in voorkwam. Eigenlijk doe ik dat niet vaak. Als het geschreven is, sla ik de “bladzijde” om en ga ik weer verder, maar nu smakelijk zitten lachen om het verleden. Wat is er toch veel veranderd in de tussenliggende jaren.
Ik zie haar en Raymundo nog mijn kamertje binnenwandelen in Amsterdam-Oost. Natuurlijk was ik zenuwachtig. Normaal koffie inschenken lukte me niet eens. Ze kon het begrijpen, zei ze ook nog. Ik niet en vond het een afgang van jewelste. En was zij niet veel te jong voor deze klus? Ik schatte haar, complimenteus als ik ben, begin twintig. Uiterlijk bedriegt. Ik kende haar kennis van zaken, doorzettingsvermogen en engelengeduld nog niet. Het aantal uren dat wij al pratend hebben doorgebracht zou ik niet eens willen weten want dat zijn er nogal wat; ook het aantal kopjes koffie overigens. Zij een braaf kopje, ik een mok wegens een onvaste hand. Het waren spannende tijden.
Ergens langs het pad heeft ze het voor elkaar weten te krijgen dat ik haar dingen ging toevertrouwen. Vaak sloeg de twijfel en paniek toe of ik daar wel goed aan had gedaan. Nooit heeft ze het vertrouwen gebroken. Het leken zware lasten waar ik meer rond zeulde. De angst en paniek om wéér alles te verliezen was ook groter dan mijn verstand.

I’ll hide you” Vrijdag 10 februari 2012.
Een nummer van Kosheen met de tekst: “Deze is voor Saiko. En nog bedankt. Ik had het even nodig dat gesprek. “
Vrijdag 17 februari 2012 nam ik een rigoureus besluit om het anders te willen. Op dat moment besefte ik het niet, maar er was toen al weer twee jaar “sukkelen” aan voorbij gegaan. Ergens is dat wel schrikken. Daarna kwamen veel dingen in een stroomversnelling. Ze wees me op positieve dingen, remde me af als ik weer sneller wilde groeien dan gezond voor me was. Ze prikkelde me door voor te stellen om samen naar instanties te gaan, terwijl ze wist dat ik dat ik dat “raar” zou vinden en dus zelf actie ondernam om “handje vasthouden” te voorkomen. Beetje bij beetje kroop ik dus uit de cocon waarin ik was gegroeid omdat dat veilig leek. De keren dat ik haar enthousiast dingen vertelde groeide. Eindelijk aanvaarde ik het idee dat ik in mijn uppie sommige dingen niet kon oplossen en dat hulp – in welke vorm dan ook – geen teken van zwakte is maar juist van kracht.

En nu zitten Saiko en ik te puzzelen met onze klokken en agenda’s. Een uur kletsen is een uur kletsen (geen drie of vier) en het wekelijks bezoek wordt tweewekelijks of langer. En dat is goed. Mensen komen en mensen gaan. Schijnbaar moesten we elkaar ontmoeten, van elkaar leren, opstaan en op naar een volgend avontuur.
Met de tijd zal ik wellicht haar echte naam vergeten zoals dat ook is gebeurd met klasgenoten en collega’s uit het verleden, maar niet wat ze voor me heeft betekend. Mijn dossier zal ergens gaan liggen verstoffen en na vijf of tien jaar worden vernietigd. Hoewel ik, mede door haar, alles zelf heb moeten uitzoeken en ondervinden, heeft ze altijd aan mijn zijde gestaan. Hoe lullig het ook klinkt: ik ben een cliënt, geen vriend of kennis.
Een laatste les die ik van je heb geleerd, nu ik het zo opschrijf.

Alvast bedankt voor alles, lieve mooie Saiko!
(Voor altijd in mijn hart gegrift)

Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 716 andere volgers