Innerlijke storm

Eerder verschenen op Fok.NL

Iets haalde de trekker over en schoot het goed afgesloten vat open. Wat eruit stroomde was uren van doffe ellende waar schijnbaar geen ontkomen aan was. Wie te bellen? Ik kan nog zoveel handvatten hebben, op het moment dat het deurtje bij mij openstaat is er geen houden meer aan. Mijn zucht naar drank, waar ik 457 dagen van was verlost was heftiger dan ooit terug. Het voelde aan als een blijvertje dit keer. Reden kon ik niet bedenken, daar was ik ook niet mee bezig. Ik wilde weer zuipen.

Avondwinkel, Jan van Galenstraat, Amsterdam. Ik tikte het in en kwam uit op nummer 106. Nog geen 10-12 minuten lopen, met de fiets zelfs maar vier minuten. Inclusief douchen, omkleden, naar beneden lopen, fiets pakken zou er binnen vijfentwintig minuten twaalf halve liters bier in de koelkast kunnen liggen. Mijn mondhoeken trokken naar boven en vormde een demonische glimlach.
Avondwinkel, Bos en Lommerweg, Amsterdam. Hofwijckstraat 2 vertelde de zoekmachine mij. Afstand een paar minuten meer dan optie een. Maar onbekend maakt onbemind. De Wittenkade 96 dan? Iedere medewerker ken ik daar en…Nee. Risico dat bekenden mij zullen zien en dat de roddelmachine opgang komt was te groot. Als ik zou gaan drinken, dan moest het weer geheim blijven had ik al besloten.

Wie kan ik bellen? Waarom zou ik hen lastigvallen met mijn ‘petty thoughts’ op eerste Pinksterdag?
‘Lamzak. Beetje pathetisch huilie huilie doen! Droplul! Slappe jas!’ Bozig been ik naar de keuken met een mok in de hand. Het lepeltje rammelt mee met mijn passen. Nog maar een mok koffie. Eenmaal terug voor het scherm bekijk ik het kaartje nogmaals. Rond mijn middenrif knijpt het. Waarom zou ik het niet doen? Heb kind of kraai om mij heen en val er voor de rest niemand lastig mee. En wat zou het? Heb daarna nog 24+ uur om te herstellen en gewoon weer het dagelijks leven op te pakken. Ik klap het scherm van mijn laptop naar beneden, graai naar de afstandsbediening en zap wat rond. Het geloof dendert de woonkamer binnen. Wijze woorden maar ik heb er totaal niets aan. Het knijpende gevoel in mijn binnenste houdt aan. Het stormt. Natuurlijk vergroot mijn denken het gevoel. De koffie sla ik in twee teugen naar binnen, sta op en haal nog een mok. Dit herhaald zich tot de ketel leeg is.

Via WhatsApp krijg ik een paar foto’s van een kennis binnen. Op de ene staat zij afgebeeld met twee familieleden uit 1995. De andere toont haar en haar pasgeboren nichtje die ze dit weekend voor het eerst bezocht heeft. Twee prachtige foto’s. We sturen heen en weer wat berichten naar elkaar maar ik meld haar niets. Zij is zo verschrikkelijk blij. ‘s Avonds geeft iemand mij een link door van iemand met een weblog die ik MOET lezen. En ik zit spontaan te lachen bij de belevenissen van een voor mij onbekende dame met kind. Heb nog geen avondeten gehad en mijn lichaam vraagt er ook niet om. Ergens bespeur ik dat de storm in mij wat gaat liggen. Het zal wat worden als ik ga stoppen met roken.

01.37 uur: Eindelijk is het gevoel dat ik mezelf van de wereld wil zuipen weg. Reden nog steeds onbekend en boeit me ook niet meer. Zodra mijn ogen morgen opengaan zal ik nog eens nalezen wat ik heb geschreven. Opschrijven helpt. Dat er ergere dingen zijn, weet ik ook wel. Dag 458 heb ik gehaald, hoe egoïstisch dat ook moge klinken.

Voor Guus

14.00 uur, precies. We zien elkaar vast ergens anders, makker.

kaars

Zoals het klokje thuis tikt.

Eerder verschenen op Fok.nl

Ik was trots als een pauw toen ik de keuken binnenstapte, naar de klok keek, mijn avonturenvingertje omhoog stak en zei: “Mamma, het is tien over twaalf!” Niet wetende dat mijn jeugd op dat moment voorbij was en er ineens allerlei regels ontstonden. Zo laat naar bed, opstaan, zo laat thuis, zo laat eten, op school rond die tijd aanwezig zijn, et cetera, et cetera. Een mooie dag was dus niet meer zorgeloos op avontuur gaan en als het etenstijd was Moederlief me riep het avond bleek te zijn. Nee. Er hing een onzichtbare “klok” rond de nek en wee de gebeente als je te laat kwam! Ja, dan zwaaide er ineens wat. Wat dat was weet ik tot op de dag van vandaag nog niet. Het dreigement was al voldoende om constant de tijd in de gaten te houden.

Tegenwoordig draag ik de tijd niet meer bij me. Niet om mijn pols tenminste. De dag dat ik stopte met het dragen van een horloge was een bevrijding! Echt. Daar van afkicken was best wel lastig. Bij: “Hoe laat heb jij het?” (mobieltje heb ik ook zolang mogelijk uitgesteld), schoof ik toch uit automatisme mijn rechter pols uit de mouw om er achter te komen dat ik mijn klokje niet meer droeg. Maar alles went.
Wekkers vind ik ondingen, maar het moet. Ik heb periodes gekend dat verslapen helemaal mijn ding was. Dit tot grote ergernis van collegae. Voor mijn verjaardag kreeg ik destijds expres een wekker met een doorsnee van 15-20 centimeter. Ik snapte de hint. Nu heb ik een biologische klok die rond 06.00 uur ‘s morgens afgaat. En dat is ook weer vervelend in het weekend.

Toen echter mijn kleine reiswekker stil viel, werd het écht stil in de woning. Mijn kleine dappere reiswekker die normaal dusdanig tikt dat het op een echte klok lijkt. De batterij was afgelopen vrijdag echt leeg. De dag ervoor had ik nog wat aan de batterij gefriemeld om het uiterste eruit te halen, maar die truc werkte nu niet meer. Het dappere reiswekkertje, die ik zelfs als metronoom gebruikte als ik gitaar speelde, zweeg.
Tijdens het doen van de dagelijkse boodschappen was ik zowaar mijn kleine dappere tikker niet vergeten, wel weer boter. Maar welke batterij moet je nemen? Oké, die passen, dat snap ik. Maar merk? Prijs? Gelukkig is het tegenwoordig wel zo dat de maten gelukkig gestandaardiseerd zijn, zodat ik niet lang hoefde te zoeken. En ja, ik koos de goedkoopste want ik moest er gelijk vier kopen maar had er maar één nodig. Kan een duurkoop zijn, goedkoopste, maar ik heb ook nooit getimed hoelang mijn reiswekker op een batterij loopt. Is dat überhaupt wel eens uitgezocht? Kun je het berekenen? Vast. Het zal vast afhangen van bepaalde factoren. De formule(s) zijn mij echter niet bekend.
“Mag ik er even langs?”, hoorde ik ineens naast me.
“Ja, natuurlijk”, antwoordde ik vriendelijk. Ik hield de rij bij de kassa, waar je alleen mag pinnen, op.

Dapper tikt mijn reiswekker weer.
Hij wel.
‘s Avonds ging de telefoon over en aan de andere kant van de lijn kreeg ik een stem te horen uit het verleden. Het was Gretchen uit Oost. Maanden niet gesproken of gezien. Ze vertelde dat ze mijn nummer kwijt was maar dat iemand die haar had gegeven om mij op de hoogte te brengen dat een gezamenlijke kennis in zijn slaap was heen gegaan.
Daar werd ik inderdaad stil van. Wat moet je dan zeggen? Hij had dapper gestreden tegen het onmogelijke. Hij wordt begraven in zijn Donald Duck onderbroek. Zijn laatste wens en grap. Die avond heb ik gelachen en gehuild. Dood won, zijn batterij was leeg. Er kon niet meer aan gefriemeld worden, het was goed zo.
‘s Nachts nam ik mijn reiswekker mee naar de slaapkamer en luisterde hoe deze tikte tot ik in slaap viel. Stilte kon ik niet aan.
En ja. Ik kan zijn warme hand nog voelen in de mijne, zie nog zijn pretoogjes voor me als hij weer een van zijn ‘streken’ vertelde.
Zo wil ik hem onthouden. Niet als een lege batterij tussen 6 planken. Ik zal hem op mijn eigen manier eren door een kaarsje te branden aanstaande woensdag.

Wanneer zal mijn batterij op zijn? Het kan zomaar gebeuren. En dan is er niets meer. Op. Over en uit.

Geluksgevoel

Eerder verschenen op FOK.nl
Zaterdag van alles gedaan in het huis. Zelfs dat waar ik al tijden tegenaan loop te hikken: ramen lappen. Ineens kreeg ik de geest. Het ging zonder te mopperen totdat het sponsje waarmee de buitenkozijnen mee werd geschrobd van driehoog, wat eigenlijk vierhoog is, naar beneden viel. Ik staarde het na. Het duurde voor mijn gevoel een eeuwigheid eer het de grond raakte. ‘Stel dat jij dat bent?’, dacht ik. Een rilling ging door mijn hele lijf. Het eindresultaat van mijn lappen mocht er wezen. Zondag werd ik wakker en besloot iets leuks voor mezelf te doen. Lekker langs de zee lopen.

“Daar sta je dan”. Bus 82 van 13:07 uur gemist richting IJmuiden. Even dacht ik aan het veel besproken Koningslied waar ik hier geen woord vuil aan ga maken. Wat ik ook zou zeggen, het zou nooit goed zijn.
Gelukkig stond ik er niet alleen. Een gezin stond stond een paar meter van me af. Het zoontje hield stoer een blauw emmertje met opdruk vast. Het meisje hield haar Barbie omgekeerd aan een been in de lucht. Gelukkig droeg deze Barbie kleren. Brave kinderen. Geen onvertogen woord kwam er over hun lippen. Ondertussen probeerde ik de krant te lezen die ik voor de reis had meegenomen. Op pagina vier van het Parool: “Koningslied: lauwe thee met zoetstof.” Jos Bloemkolk wond er geen doekjes om.
Gelukkig kwam de bus op het juiste moment aan en liet ik het jonge gezin voor zodat ik een plekje kon kiezen waar ik verder kon lezen zonder gestoord te worden. De rit zou iets van vijfenveertig minuten duren. De bus trok op en ik dook weer in de krant. De rit naar IJmuiden had ik al eens eerder gemaakt. Coen Teulings op pagina 6: “We horen hier niet zo somber te zijn.” Op de foto een 54-jarige man die er in mijn ogen niet 54 jaar uitziet. En ik ben het vandaag met hem eens. Was ook niet van plan om dit uitje te laten verpesten door slecht nieuws. Het lijkt er soms op dat dat het enige nieuws is waar de krant mee gevuld is. Oké, een krant vullen met lieve kittens verkoopt ook niet.

Mijn gedachten dwaalden weg van de krant. Coen Teulings’ interview werd dromerig kijken uit het raam van de rijdende bus. Als kind kon ik dat ook al goed. Tijdens de les uit het raam kijken en dan alles en iedereen om me heen laten verdwijnen. Hoeveel keer hadden wij in mijn jeugd eigenlijk doorgebracht aan het strand? Ik kwam niet verder dan twee keer. Eén keer dat ik ‘s nachts last had van door de zon verbrande benen en een keer dat ik bijna werd meegesleurd door de stroming omdat ik een tuinkabouter wilde redden uit zee. Het lot houdt van spelletjes, want ik ben er nog. Zover ik weet geloofden mijn ouders mijn bijna verdrinkingsverhaal niet. Het beeld onderwater staat mij nog helder voor de geest. Wat ik als kind dacht weet ik niet meer. Wel wist ik dat, zonder actie ik dood zou gaan.
Liggen op het strand heb ik nooit iets gevonden, eten op het strand al helemaal niet. Wandelen daarentegen vond en vind ik heerlijk. Het is ook de enige plek waar ik doelloos uren kan lopen zonder me te vervelen. Bizar om dat moment nog steeds te kunnen voelen terwijl ik het typ.
Pas in IJmuiden zelf kwam ik weer in het hier en nu. De flashbacks van mijn jeugd achter me latend. Mijmeren over hoe het leven anders had gelopen indien bepaalde gebeurtenissen niet hadden plaatsgevonden, had eigenlijk geen zin. Het punt waar het nu is, is goed.
Vorig jaar was ik in IJmuiden met Zuslief en haar dochter. We aten daar saté v/d haas en dronken er Ice Tea bij. Aangezien die goed was bevallen, besloot ik die zaak nogmaals te bezoeken en hetzelfde te bestellen voordat ik langs de kustlijn zou gaan banjeren. De bestelling werd sneller opgenomen en afgeleverd dan de vorige keer. De smaak was wat ik er van verwachtte. Een mooi rapportcijfer in mijn boekje dus. Alleen het zitten op een kruk was wat minder. Maar ach. Het ging mij om het voedsel.

Het zand heerlijk tussen mijn tenen. De boulevard ver achter me. Voor mij de kustlijn. Her en der spelende/lopende/liggende mensen. Zelfs de meeuwen schenen er het beste van te maken. Hier een uur rondlopen zonder eigenlijk doel is als een week vakantie, maar dan zonder de stress vooraf, tijdens en na. Zo ervaar ik het.
Al een tijdje probeer ik te mediteren. Nu probeerde ik het ook door bewust te ademen en mijn hoofd leeg te maken tijdens het lopen. In ieder geval te trachten niet te blijven hangen in de dingen die me nog bezig hielden. Het lukte. Hoewel spelende honden het af en toe moeilijk maakte, wilde ik met ze mee rennen en het liefst ook in zee springen om me daarna als een gek uit te schudden. Het domme geluksgevoel van een paar honden snapte ik wel. Het was af te lezen in hun ogen. En ik. Ja. Ik was ook gelukkig. Vaak houd ik me voor gelukkig te zijn, maar dit voelde toch beter. Hier, waar het water strekte tot aan de horizon. Geen rekeningen, geen afspraken, geen bereik met de telefoon (waarom weet ik niet, maar wel lekker), zonder dagelijks slecht nieuws. Dit plaatje en gevoel moest ik vasthouden voor mindere tijden.

Op de terugreis haalde ik nog even de PS uit mijn tas. Even Johannes lezen. Niet dat ik ooit in een door hem gerecenseerd restaurant heb gegeten, maar het hoort bij het weekendritueel. 9- voor een Koreaan. Positief Koreaans nieuws dus.
Instinctief wist ik dat we over de grens van mijn stad waren. En ik was blij er weer te zijn. Thuis stond nog één taak (buiten deze column) op mij te wachten. Een wokpan, een ovenschaal en ingrediënten. De zee maakt hongerig.
En ik ben hongerig naar een nieuw avontuur. Een nieuwe week wacht op me met nieuwe kansen en mogelijkheden. Als ik er maar niet op vooruitloop en het maar op mij af laat komen, komt het vanzelf op z’n pootjes terecht.

Met een beetje geluk dan.

Wokfase

Verschenen op Fok.NL

Iedereen heeft wel eens een kookprogramma voorbij zien komen op TV. Oké mensen zonder televisie niet. Volgens mij heb ik ze allemaal wel eens gezien. Van Jamie tot Cas Spijkers (65). Er kan niet genoeg gekookt worden op televisie. Er is zelfs een zender waar 24/7 wordt gekookt. Als ik niet kan slapen omdat het spookt in mijn hoofd ga ik met een deken op de bank liggen en zet die zender op. Gegarandeerd dat ik dan heerlijk droom. Maar niemand kan geiler koken dan de erotisch klinkende Nigella Lawson. Wat zij op televisie maakt doet er eigenlijk niet zo toe voor mij, haar stem is als een sessie bij een hypnotiseur. Ik kom pas bij als de aftiteling er is en denk dan dat ik een geweldige toetjeskok ben. Echt!

Van kinds af aan werd ik gelukkig van maaltijden die voor mijn neus werden gezet. “Dat lust ik niet”, komt niet in mijn vocabulaire voor. De maaltijden van Omalief waren het lekkerst, daarna volgde die van Moederlief en jaren later vond ik dat ik aardig kon koken. Moederlief heeft het me nooit geleerd. Oké, dat is niet waar. Bij groenten gaf ze mij het aantal minuten door dat het in de pan moest. De rest fantaseerde ik er dan zelf bij. Jarenlang is dat goed gegaan. En iedere avond schilde ik piepers en opende daarbij een pot of blik groenten. “Is net zo gezond als verse”, was mij verteld op de kijkbuis, dus waarheid als een koe. De klad kwam erin toen een welbekende grootgrutter hele maaltijden voor de magnetron verzon. Gemakzucht dus, net als pot- en conservegroenten trouwens. En gemak dient de mens kwam steeds vaker over mijn lippen rollen. Niet alles was even lekker maar dat veranderde met de jaren toen er stoombakken kwamen te liggen in de schappen. Niet echt goedkoop maar de smaak was beter. Vuilniszakken vol lege stoombakken heb ik weggebracht. Eerst gewoon aan de stoeprand, daarna tussen de blauwe paaltjes en tegenwoordig zijn er ondergrondse vuilnisbakken. Gemakzucht werd een verslaving en het assortiment verse groente zag ik met de jaren slinken.

“Kook jij nog wel eens?”, vroeg Saiko een paar weken terug. “Een ei? Ja. Ik bak wel eens eieren met ham en kaas of met salami. Hangt er vanaf waar ik trek in heb. Is toch ook koken?”
“Maar jij vindt ECHT koken toch leuk?”, porde ze verder. In gedachte liep ik langs mijn keukenkasten. Wat stond erin waarmee ik een gezonde maaltijd kon maken? Had ik eigenlijk nog wel pannen? Appelmoes en soepen in poedervorm, dat wist ik zeker dat er nog wel stond. Noodrantsoen. Oh ja, en pasteitjes uit het kerstpakket. De ragout had ik los opgegeten want had trek en haast. Een rilling trok langs mijn rug. Wat voor mens was ik geworden?
“Ik denk dat ik er geen tijd voor heb, Saiko. Maar natuurlijk zijn er zeeën van tijd met de uren die ik vrij ben. Het is prioriteiten stellen.” Het floepte zomaar tussen de lippen door de kamer in. Prioriteiten stellen. Uit mijn culinaire mond klonk het bijna als poepen. En had ik eigenlijk wel een culinaire smaak na al die kant-en-klaar maaltijden?
“Hoeveel tijd kost het om zo’n stoommaaltijd te bereiden?”, vroeg ze verder.
“Afhankelijk wat het is tussen de vierenhalf en achtenhalve minuut.”
“Maar zou het niet veel lekkerder zijn, en tevens ter ontspanning, om zelf weer te gaan koken? Een soort nieuwe missie in je leven? Er is al zoveel verandert in je leven het afgelopen jaar. Dit is dan ook weer een uitdaging.” Ik keek haar met grote ogen aan. Daar moest toch eerst over nagedacht worden, vond ik eigenwijs. Beetje voor mezelf koken en de wereld van haal & kant en klaar achter me laten?? Maar Saiko, verworden tot huisvriendin van me, had wel gelijk. Voor jezelf koken is van jezelf houden.
We kwamen overeen dat ik het in ieder geval één keer zou koken die week. Gewoon om het gevoel weer terug te krijgen. Kijken hoe ik me erbij zou voelen.
Onwennig vulde ik op een vrije dag een pan met water. Een liter stond er op de verpakking van de pasta. En ja: Pasta is lekkerder als je het zelf maakt met 100 gram bloem en een ei, maar dan moet je ook een pastamachine in huis hebben vind ik. Nee, niet als je ravioli of tortelini maakt. Het was mij ditmaal vergeven. Ik zette babystapjes op weg terug naar wat ooit eens was. Hoewel ontzettend basis, de maaltijd die uiteindelijk op mijn bord kwam te liggen smaakte beter dan een stoommaaltijd. Kwam het door de liefde die ik erin had gestopt?
Er moest een wokpan komen. De koekenpan waar ik het eerste gerecht in maakte voldeed niet qua grootte. Er moest een chefwaardige pan komen. Eentje die lekker macho in de hand zou liggen en waarmee je eten in de lucht kon tossen en weer opvangen. Een mannenpan dus. Aan de Jan van Galenstraat bezocht ik de Blokker. Een hele wand vol met pannen. Herman den Blijker staarde mij eng aan. “Durf mij eens te kopen, Groentje dat je er bent!”, leek hij tegen me te zeggen. “Wees gerust”, fluisterde ik naar het plaatje, “€ 34,95 is een beetje koekoek, nietwaar?”
Het werd een Tefal met een diameter van 28 cm. Goedkoper dan een Herman en in mijn ogen goed genoeg om jarenlang mee te gaan. Ik zit nu in een wokfase van mijn leven. Soms tos ik het eten er wel eens naast, maar al met al moet ik zeggen dat de investering vaak een glimlach heeft opgeleverd. Eten kan een feestje zijn, zelfs in mijn eentje.

The Chef is back!

Eenzaam in de stad

Verschenen op FOK.nl

Afgelopen zaterdag was al een mooie dag, zondag pakten de weergoden helemaal uit. “Een mooie dag voor de dood”, zou mijn oma hebben gezegd. Later schreef Bløf rond die ene zin een mooi lied. Een lied over euthanasie. En zo is ook mijn oma uit haar lijden geholpen. Ook die dag scheen de zon. Met die mooie herinnering aan mijn oma stond ik op afgelopen zondag terwijl de zon mijn woning binnen verblijdde.

Ik had ook zin om de hele ochtend de muziek van bovenstaande band te draaien. Er waren geen verontruste dromen geweest en ik slipperde op badslippers door het huis met de geur van vers gewassen kleding nog in mijn neusgaten. Aan een uitklapbaar rek hing mijn was in de grote slaapkamer te drogen. Geweldig om tussen te slapen. De meeste mensen hangen de was buiten, maar daar hoef ik niet aan te beginnen met schijtende duiven in de buurt en mijn tweede slaapkamer staat nog altijd vol met meuk die, sinds mijn intrek hier, niet opgeruimd is.
De gedachte aan dat kamertje schudde ik snel van me af. Geen nare gedachten vandaag! Alles in mij schreeuwde om iets leuks! En ik wist al iets, vlakbij en kleinschalig: The Sunday Market in het Westerpark. Deze wordt daar iedere eerste zondag van de maand georganiseerd. Een allegaartje van crea-bea-mensen die hun waren kwijt moeten. Het was ook museumweekend, maar om nu te gaan schuifelen tussen de massa? Echt niet.
“Die markt ben ik een aantal keren geweest, valt altijd tegen”, typte Sanneke in een bericht op Facebook. ‘Ja doei, ik ga!’ Dacht ik gelijk. Hoewel het nog uren zou duren eer ik mijn stalen ros uit het berghok zou halen. Zondag is toch even Eva Jinek kijken en uitgebreid lui doen. Toen de ketel koffie op was, was het tijd om in actie te komen. Douchen, aankleden en wegwezen. Na het douchen zag ik in de spiegel een obstakel waarbij de tondeuse nodig gehanteerd diende te worden. Dat die boeventronie niet eerder opgevallen was. Verlengsnoer, tondeuse, krant in de wasbak, scheermes en scheerschuim. Binnen de kortste keren glom mijn hoofd weer zoals ik deze het liefst zie. Het haalde gelijk tien jaar van mijn leeftijd af. Het valse pluis dat denkt haar te zijn, werd vakkundig in de krant opgevouwen en verdween in de vuilnisbak. Later zou het gedoneerd worden aan een verbrandingsoven om er elektriciteit van te maken; is het toch ergens goed voor. Met een kleine klodder uienzalf, om verbranding door de zon te voorkomen, was het helemaal af. Helemaal het heertje kon ik er vandoor.
Niet dat het vreemd is om een man de was te zien doen, maar het blijft vreemd om een man met een mand vol wasgoed het berghok in te zien verdwijnen. Hij was de tweede buur al die ik dat zag doen. Ik groette hem vriendelijk en vroeg niets. De nieuwsgierigheid naar het hoe en waarom bleef daardoor wel. Waarom moesten mijn buren in het berghok wassen? Ooit kom ik achter die vraag. Vandaag was het niet belangrijk genoeg. Zeker niet toen ik het deurtje naar buiten opende en de zon in mijn gezicht glimlachte. “Kom je buitenspelen?” Leek zij te zeggen. Mijn grijs gestreepte pet had ik thuis gelaten. Voor het eerst dit jaar. Zo vertrouwde ik op het mooie weer dat ik alleen nog maar door de ramen had gezien.
Op mijn stalen ros leek de wereld mij toe te lachen: “Kijk hem gaan! Lekker fris ruikend en een modieus goed gecoupeerd kapsel. Wat een geweldige vent rijdt daar toch!”

Tien tegen een dat ik mijn mond hou als ik je weer zie
Ik ken mezelf onderhand een prater ben ik niet.
“Hoe was het hier?”, zal je vragen en ik zal zeggen: “Goed”
en ik zeg je niet wat ik nu denk
dat ik je eigenlijk zeggen moet
(De Dijk: Als ze er niet is)

Bovenstaande tekst hoorde ik in mijn hoofd terwijl ik aan iemand dacht. Mijn lippen floten de noten. Het was aan het begin van de Haarlemmerweg. De meest troosteloze weg van heel Amsterdam zag er zelfs frisser uit deze zondag der zondagen. Her en der groeide gele lissen. Welke tuinarchitect was hier bezig geweest??? Het drong echter nog niet door dat al de verschrikkelijk depressieve bosjes waren weggehaald met een enorme tondeuse. Je zou toch verwachten dat kaal kaal herkent. Waarom was het mij de avond ervoor niet opgevallen toen ik er langs reed om naar een vergadering te gaan? Was mijn hoofd toen zo vol beslommeringen? Verwonderd en fluitend reed ik het Westerpark tegemoet en de zon bleef maar glimlachen. Op de website van The Sunday Market stond dat er genoeg te beleven viel, daar hield ik me aan vast. Martin Bril zou deze zondag “rokjesdag” noemen, daarvan was ik overtuigd. Jonge meiden, belegen vrouwen en alles wat daar dan weer tussen zit hadden hun strakste en kortste rokje uit de mottenballen gehaald. Ik kwam ogen tekort. Deinende lillende hompen vlees, verpakt in stukjes stof hobbelde over het voetpad. Het leken er steeds meer en meer te worden. Was iedereen soms uit een winterslaap ontwaakt? Hoe dichter bij het Westerpark des te meer gestalde fietsen zag ik staan. Geen goed teken. Zo’n bekendheid had deze zondagmarkt toch niet?
‘Ik ben er nu toch. Laat ik er dan ook maar het beste van maken’, dacht ik. Het brugje over de sloot/ vaart (wat is het eigenlijk?) bij de kruising Van Hallstraat/ Haarlemmerweg was ik net overgestoken toen mij duidelijk werd dat ik niet de enige het lumineuze idee had opgevat om naar het Westerpark te komen op de fiets. Alsof het het Centraal Station betrof. Overal fietsen, brommers en motoren. Mijn stalen ros zou ik er makkelijk kunnen terugvinden. Het was namelijk de meest afgetrapte fiets der fietsen.
Het was niet mijn publiek, dat werd snel duidelijk. Jong, hip, goedgekleed, student, met fles bubbels aan de lippen en welriekende belegen vrouwen met heren die eigenlijk langs het voetbalveld hadden willen staan. Dit was toch wel een markt voor hippies en gekken zoals ik? Wie had hen wakkergeschud?

Word wakker schat!
Was het dan toch maar verbeelding?
En niet iets wat me zeggen wil?
Wat ik moet weten?
Weet ik veel?
De angst is vast een deel.
(3J’s en Ellen ten Damme)

Met de zon schijnend op mijn schedeldak mengde ik mij tussen het publiek. Wat op de website werd aangekondigd was aanwezig. Zelfgemaakte jam, honing, zeep, meubelen, sieraden en veel meer. Mijn humeur werd nog beter toen ik een blokje hout van 10 bij 10 centimeter met een waxinelichtje erin zag staan voor € 10,=. De verkoper zag er serieus uit en geloofde in zijn waar. Enkele mensen hingen nieuwsgierig over de spullen heen gebogen. Geweldig om dit mee te maken. Een blokje hout met een gat erin en dan een bedrag vragen dat mensen denken: ‘Zo! Dat is vast bijzonder hout, dat moet ik thuis hebben.’ Dat is humor!
Ik struinde verder, verderop moest vast nog meer te lachen vallen.
Natuurlijk was er ook muziek. Her en der verspreid. Een goede band, twee violisten en een meisje die begeleid werden door een jongen met een gitaar. Ze was mooi maar had niet de X-factor. Natuurlijk zeg je zoiets niet hardop en haar was vast ingefluisterd door a-muzikale familie en vrienden dat ze een tweede Anouk was. Ik knikte vriendelijk en ontnam haar deze droom om te schitteren voor publiek niet. Niet op deze mooie zonnige zondag wat een mooie dag is om te sterven.

Waarom weet ik niet maar ineens voelde ik me eenzaam toen ik verder liep en de laatste noten van het gitaarspel achter me liet. Gezichten passeerden mij en de geur van vlees drong mijn neus binnen. Twee handen, gestoken in blauwe plastic handschoenen, mengde een enorme wok met vlees. ‘Vegetarisch gevulde pitabroodjes’ stond er op het bord te lezen. Prijs ontging me. Een rij loom wachtende mensen. Ik passeerde ze alsof ik onzichtbaar was, of ik was onzichtbaar voor hen. Héél bizar. Ik had zin om keihard te schreeuwen, zomaar, uit het niets. Was het paniek? Nee, niet echt. Nergens last van. Of toch wel? Het leek erop alsof ik tegen het verkeer in liep. Eenzaam in de grote stad tussen een meute mensen. Mensen die tegen me aan botsten zonder om te kijken. Ik bestond niet. Half struikelend over een verkeersdrempel bleef ik ineens staan. ‘Wat doe ik hier eigenlijk? Hamburgers, Vietnamese loempia’s, drank en daar in deeg gewikkelde alternatieve hapjes. Alternatief geperste olijfolie. Weg hier!’ Gilde een stemmetje in mij. ‘Doe eens normaal!’ vermaande ik me. Het hielp gedeeltelijk, maar ik moest weg.
Eén bolletje € 1,50 viel er te lezen bij twee meiden die ijs verkochten. Weer even stilstaan en de tekst tot me door laten dringen. Eén bolletje ijs voor € 1,50. Dat stond er echt. De meiden lachten ook. Zagen ze dat ik er stil van werd, of was het iets anders? Dat is verdorie drie gulden dertig!, mompelde ik me een weg banend door de massa. Kreeg Sanneke dan toch gelijk? Om mij heen zag ik ineens prijzen die te gek voor woorden waren. Dat spullen worden gerecycled, oké, maar € 60 euro voor aaneengenaaide lappen stof was ineens absurd. Of die tafels uit sinaasappelkratten? Die blokken hout met de tekst ‘stoel’ erboven. Lucht moest ik hebben. ‘Maar die alternatief gevulde olijven met piment en knoflook dan? Die wilde je toch nog kopen?’ Ja, nee. Dat moest maar een andere keer. Ik liep spelende kinderen voorbij. Gezichten onder glacé. Er was ruimte te zien achter de meute. Daar moest ik heen! Stelletje mafkezen! Allemaal! En ik was de ergste.

Trouw stond mijn stalen ros op mij te wachten. ‘Spanning’ gleed weg. Grote mensenmassa’s zijn dus nog steeds niet mijn ding. Waar het vandaan komt? Toch was het goed geweest om het te proberen. Drie kwartier is langer dan ooit. Had ik maar moeten ingaan op het laatste gedeelte van Sannekes mysterieuze bericht van die ochtend: “Maar een terrasje pakken…..”
Ik als rare kwast snapte de hint wel, maar voelde niet de behoefte om erop in te gaan. Had ik het maar gedaan. Vier ogen zien toch meer dan twee. En wie weet had ik er dan uren kunnen spenderen. Maar vandaag niet.

Eenzaamheid in de grote stad. Het overviel me zomaar.

Verjaren

Column verschenen op Fok.NL
Achteraf, ja. Achteraf had ik het gewoon anders moeten doen. Maar gedane zaken nemen geen keer en spijt moet er ook niet zijn. Heeft geen zin. Volgend jaar anders.

Verjaardag (Wiki):

De verjaardag is de dag waarop men zijn of haar geboorte viert. Dit heeft betrekking op mensen, maar het vieren van een verjaardag kan ook betrekking hebben op bijvoorbeeld de oprichting van een bedrijf of vereniging. Men spreekt dan vaak van een jubileum of een lustrum. Er zijn mensen die de verjaardag van hun huisdier vieren.

Een week voor m’n verjaardag was het zover: “Héjjjjj! Volgende week ben je jarig!”, zei Saiko enthousiast opkijkend van haar agenda. Er fonkelde iets in haar pretogen. Mijn maag draaide spontaan een slag. Het besef van de naderende dag der verjaring was door haar dichterbij dan gewenst. Een diepe zucht ontsnapte tussen mijn lippen. “Ga je het nog vieren?”, vroeg ze nieuwsgierig. “Neen”, antwoordde ik, “Geen haar op mijn hoofd die daaraan denkt!” Ik probeerde het zo dramatisch mogelijk te laten klinken.
“Maar je vierde 17 februari wel je eerste sobriety jaar. Je vond het geweldig, had getrakteerd en was blij dat je het wel had gevierd.” Hier had ze een punt. Het was de behager in mij die dat had georganiseerd. Welk zinnig mens viert nu een jaar zonder alcohol? Is het soms een verdienste dat je een heel jaar niet je lichaam en geest naar de kloten helpt? Nee. Het was bittere noodzaak. Maar ik moest trakteren omdat er voor mijn gevoel op gerekend zou worden. Men had immers een jaar lang de ups en downs moeten aanhoren. Natuurlijk onzin. Er wordt helemaal niets verwacht, alleen ik beeld me dat maar in. De complimenten die dag streelden mijn ego en het voelde net zo lekker aan als een dure aankoop. Het duurde ook niet langer dan een paar minuten, zoals vrijwel met alles wat een lekker gevoel geeft. Als een klein kind met enig besef van wat gaande was genoot ik ervan. Ik! Het voelde lekker vreemd. Gevoelens. Bloednerveus was ik die avond.
Saiko sloeg haar agenda dicht en stopte deze in haar schoudertas.
“Ik heb vanaf mijn 27ste mijn verjaardag niet meer gevierd”, zei ik ernstig kijkend terwijl ik nadacht of dat wel klopte. Telefonisch had ik de laatste keer afgezegd. Ineens had ik geen zin meer in. Ieder jaar was hetzelfde. Een kringgesprek met extra’s vond ik het al jaren. Moederlief vond het leuk om er wel iets aan te doen en daar deed ik het dan ook voor als goedmaker voor de zwarte zijde van mijn bestaan. Zij had bier en lekkers in huis en daar maakte ik dan weer gebruik van. Schaamteloos gedrag vind ik dat nu.

En dit jaar.
Uit het niets.
Alsof het onderling was bekonkeld.
Drie dagen achtereen het verjaren vieren.
De dag voor m’n verjaardag thuis met Saiko, op mijn verjaardag op het werk en vrijdagavond bij Zuslief. Zij had zelfs ballonnen en slingers opgehangen, een appeltaart gebakken, hapjes op tafel en ik kreeg cadeaus. Ik had niet eens door dat die slingers en ballonnen voor mij waren bestemd, kun je nagaan hoe ik er mee bezig was. We, Moederlief en ik, zouden op visite komen, gezellig, meer niet. “Die heb ik voor jou opgehangen”, zei Zuslief omdat ik helemaal niet reageerde op haar goede bedoelingen. Even voelde ik me een botte lul. Dat ik dat niet eens doorhad!

Jarige kinderen worden op school toegezongen en mogen trakteren. Ook bij volwassenen op het werk komt dat voor. ‘s Middags worden er kinderen thuis uitgenodigd.” (Wiki)

Ik kan me maar één verjaardag herinneren op de lagere school dat ik mocht trakteren. Op een stoel staan en de klas inkijken terwijl iedereen zong, inclusief de lerares die er zelf het meest van genoot. Het waren sinaasappelen die ik van tafeltje naar tafeltje bracht. Toen vond ik het al niets; net als spreekbeurten. De jaren erna was er steevast geen geld voor volgens mijn stiefvader, en vriendjes kwamen al helemaal niet over de vloer. Stel dat een onverlaat zijn antiek zou beschadigen! Het werd alleen gevierd met het gezin, de buren en opa en oma. Na het overhandigen moesten we de volwassenen met rust laten. Die voerden dan gesprekken die niet voor onze oren bestemd waren: “Ga maar buiten spelen”. En ‘s avonds was het gewoon op tijd naar bed.
Later, op het werk, hield ik het stil. Lukte niet altijd maar kan me zelfs gezellige verjaardagen herinneren met collega’s. Na mijn beslissing om het niet te vieren, lukte het mij om die 28ste maart uit ieders agenda te wissen. Wel deed Moederlief ieder jaar iets. Paar schoenen of pakjes tabak maar geen uitbundig gevier. We konden er samen om lachen.

Het vieren van een jaar erbij met als knalfuif de dood.
Het klinkt zwartgallig en is ook zo bedoeld, want zo dacht ik erover. Sinds 17 februari van dit jaar begin ik echter beetje bij beetje dingen te ervaren/ voelen. Uit het niets komen er flarden van vroeger voorbij als er iets “speciaals” is. Dingen die verstopt lagen in de lades van mijn bovenkamer. Niet dat ik ervan in paniek raak, maar er rijzen dan wel vragen wat ik er dan mee moet. Schijnbaar vragen ze om oplossingen. Ik had ze daar toch niet voor niets weggestopt. Oud gedrag vervang ik niet zomaar met nieuw gedrag. Dat vergt tijd. Soms gaat dat snel, soms langzaam. Als ik er maar iets mee doe. Wat dat betreft blijft het leven een grote leerschool.
Dit jaar werd ik dus getrakteerd. Moest schijnbaar van iets of iemand een pets tegen het hoofd krijgen met als teken: “Kijk! Dit beteken jij voor hen. Zie je dat dan zelf niet eens? Doe jij eens fijn je ogen open.”
De boodschap werd pas zaterdag duidelijk toen ik alle cadeautjes vastlegde met mijn mobieltje en de foto vergroot op de laptop bekeek. Het waren verdorie allemaal verzorgingsproducten waar je je lekker bij gaat voelen. Bad- en douchegel, scheercrème, scheermes, deo en een douchehandschoen met massagekant. Positief. Wees-eens-wat-liever-voor-jezelf cadeaus. Van collega’s een lieve kaart, een mooie plant, mokkakoekjes en een vage worst in een oranje doos. De laatste scheen heel lekker te zijn, dus dat merk ik vanzelf wel als de tijd daar is om op te eten.

En dit alles besefte ik pas toen de druk van de ketel was en de rust in huis was wedergekeerd. Voor de dood (verjaren) vrees ik niet, soms kijk ik er nog steeds naar uit, maar probeer iedere dag wel iets positiefs te doen of te vinden en zal nu het verjaren ook met andere ogen gaan bekijken. Dit dankzij de mensen die het goed met me voor hebben. Verwacht echter geen knalfuiven, want zo ben ik in het diepst van mijn wezen niet. Want wie het kleine niet eert….Juist!

Volg

Get every new post delivered to your Inbox.

Join 106 other followers