In m’n blote reet

Jacobse en van Es

Jacobse en van Es

Op de hoek van het tafeltje hangt ‘Dromenvanger’ van Stephen King halverwege opengeslagen over de rand. Er naast, in een harde koker, kijken twee brilglazen zonder ogen naar het plafond van de slaapkamer. “Hoe laat is het eigenlijk?”, vraag ik me af? Ergens in de nacht, dat is zeker. Buiten klinken stemmen. De woorden kan ik niet verstaan, maar ze zijn luid. Door het warme weer maakt het niet uit welk tijdstip je wakker schrikt in de nacht. De buurt leeft alsof het hier het centrum van de stad betreft. De behoefte om te schreeuwen is bij de nachtbrakers buiten heel normaal. Dat anderen bij het ochtendgloren zich klaar moeten maken voor een productieve dag ontgaat hen. Uit nieuwsgierigheid pak ik toch het mobieltje van de tafel naast het bed, druk op de grote knop in het midden waardoor deze opleeft: 03.47 uur. “Jezus”, ontsnapt als een lome zucht uit mijn mond. Nadat ik het licht weer uit heb gedaan, val ik na een tijdje weer in slaap en droom over een gesprek met een collega. Een pittig gesprek.

Vandaag kwam de woningbouw langs. Het schijnt nogal een ‘ding’ te zijn. Althans. Ik heb er een ‘ding’ van gemaakt. Een buitenproportioneel ding, want daar ben ik goed in. Gelukkig besef ik dat; een gigantische sprong voorwaarts. Aan de ene kant accepteer ik dat ik dan anders reageer dan op een normale doordeweekse dag, maar er kan natuurlijk wel verbetering in worden aangebracht. Vooral het onzinnige gevoel dat ik overal verantwoording voor moet afleggen over hoe ik het liefst en prettigst leef. Sommige dingen boeien mij gewoon niet. Neem de slaapkamer. Behang aan de muur of deze een likje verf geven? De muren in de slaapkamer zijn nog zoals ik ze hier anderhalf jaar geleden aantrof: kaal. Boeie! Komt vanzelf. Wie ziet ze? Juistem. Ik! En toch. Dat knijpende gevoel in de maag als er iemand over de vloer komt. Wat is dat toch? Dat gevoel van: “Wat zullen ze wel niet denken???” Verschrikkelijk. Behaagziek. Dat is het.

Was het dan zo’n teringzooi bij me? Absoluut niet. Gebbetje, de lieve schat van een hond, is mijn getuige. Het is hier een woning zoals er velen zijn. Maar alles moest – voor mijn gevoel dan – voldoen aan de hoogste normen van properheid, want de woningbouwvereniging is natuurlijk niet een moeder die even langs komt wippen voor een kopje koffie met mergpijp op het schoteltje, leunend tegen het kopje waardoor de chocolade tegen de wand aan smelt. Zij waren al hoger geplaatst dan God bijvoorbeeld. Hun mening kan maken of breken. Dat maakte ik er natuurlijk van.
Zondag had ik al vier ruimtes het label ‘Top’ gegeven. Kostte me wel een leuke afspraak met vriendin van me. Achteraf – maar dat is als veel dingen – had die afspraak makkelijk door kunnen gaan, ware het niet dat ik me een paniekaanval in manoeuvreerde. Oud gedrag.
Had ik zondagmiddag dus vrij. Dan maar een ‘Me-Hour’. Alle apparatuur uit en liggend op de vloer even een uurtje mediteren. Het werkte. Ik werd weer de rust zelve.
Woensdag, de dag voor de keuring, alle ramen en kozijnen een heerlijke sopbeurt gegeven. Want vlekjes, spatjes, vinger en neusafdrukken moesten natuurlijk worden verwijderd. Ook m’n haar gedaan, baard geschoren en boodschappen gehaald. Toch nog maar even de stofzuiger gepakt en de ruimtes even aangeraakt.

In de keuken, tijdens het zetten van een ketel koffie terwijl een paar boterhammen op het aanrecht lagen te ontdooien, schoot er een tekst van een liedje te binnen. Een oudje:

Je hoeft me niet te zeggen hoe ik leven moet
Ik hoef toch niet te leven zoals jij dat doet
Ik kom niet aan het jouwe, jij komt niet aan het mijne
Ik laat jou in je waarde, laat je mij dan in de mijne
Je hoeft me niet te zeggen hoe ik leven moet
Voor mijn part loop ik buiten in mijn ondergoed
Of in m’n blote reet, dat is me om het even
Zolang ik maar gezond ben en plezier heb in het leven

Zo is het eigenlijk wel. Oké. Buiten rondlopen in ondergoed of blote reet is niet verstandig.
Over een paar uur komen de mannen en ik ben er helemaal klaar voor. Totaal geen zenuwen want alles is – voor mijn gevoel – goedgekeurd door mij.
Met een mok koffie loop ik de woonkamer binnen. De zon schijnt heerlijk door de schone ramen. Bijna krijg ik een hartstilstand. Ik zie strepen! Een raam zo erg dat het lijkt of er iemand met een vieze doek er ‘ s nachts overheen heeft lopen poetsen. Ik zet de koffie neer en haal een oude theedoek en glassex. Na tien minuten kijk ik met een mok koffie in de hand tevreden naar buiten.

Stipt om tien uur gaat de deurbel. De woningbouwvereniging. Twee mannen. Gelijk een oordeel: Jacobse en van Es. “Is Saiko er ook?”, vraagt de ene. “Ze zou komen”, zeg ik met uitgestoken hand die door beide heren wordt geschud.
Ik ken Saiko. Zij houdt het graag spannend tot op de minuut. Waar ik 15 minuten van tevoren ben op een afspraak, daar komt zij op de laatste slag van de klok aan. Ik maak me om haar geen zorgen, die verschijnt vanzelf.
“Ik ken deze woningen”, begint hij weer, “Ga alvast kijken, als u dat niet erg vindt” Dat is in orde natuurlijk. Wie ben ik om te weigeren? Hij bekijkt de ruimtes en mompelt wat. Ik leg uit dat er nog geen behang op de muren zit. Heeft hij ook niet. “De mijn heb ik gesaust”, zegt Tedje van Es. Gelukkig belt Saiko aan. Ik laat haar binnen. Zij en de heren praten nog wat met elkaar waar ik gewoon bij sta. Alsof ik er niet echt toe doe. En dan zijn ze weer weg.

“Kopje koffie?”, vraag ik aan Saiko. Dat lust ze wel. Aangezien de koffie al lang en breed klaar is, zijn de heren nog geen 10 minuten in mijn woning geweest.

Ik weet ik heb m’n fouten
Maar ook m’n goeie kanten
M’n eigen idealen
Al zijn het niet de jouwe
Vertrouwen in mezelf
Dat is nog net gebleven
Die tijd die is voorbij
Dat ik voor jou kon beven
Dus jij komt mij vertellen
Hoe ik me moet gedragen in het leven.

Lied van: Benny Neyman [YouTube]

Verhaal herhaald

IngFlesjegif“Hey! Pannenkoek! Ik weet niet wat je van plan bent, maar dit gaat niet gebeuren! Niet vandaag althans. Niet met mijn gleuf.” Er stond iets anders op het schermpje te lezen, maar zo las ik het dus niet. Mijn pinpas weigerde dienst. En de rij achter mij werd langer en langer. Een raadsel geboren.

Het was aan het eind van de dag en de start van het weekend. Lichaam en geest verlangde naar die paar dagen rust. “Heeft u wel voldoende saldo op uw rekening?” Het meisje had wellicht gelijk, had ik dat wel? Het salaris was toch gestort?
Jij hebt altijd wel ergens geld. Je bent net een ouwe Jood‘, zei de stem van mijn oma lachend. En in plaats van flappen uit mijn portemonnee te trekken wreef ik de pas een paar maal over m’n sweater en probeerde het nogmaals.
“Probeer de geldmachine even”, stelde het meisje voor. De boodschappen liet ik bij de kassa en sloot me aan bij de pinmachine een paar meter verderop. Mensen worden daar heel ongedurig van. En de meest ongeduldige zijn zij die maar één item hoeven af te rekenen. Er moet toch gewoon geld op mijn rekening staan, zei het stemmetje tussen de oren. Naar het meisje achter de kassa en de wachtende rij achter mijn boodschappen trok ik vertwijfeld mijn schouders op. Ook ik stond in de rij op mijn beurt te wachten. De telefoon ging. Saiko aan de andere kant. Hoe het met me ging. Rap legde ik uit wat er aan de hand was. En om de situatie niet nog erger te maken door gezellig te gaan staan kletsen terwijl iedereen mij aankeek, zei ik dat ik het kort moest houden. Anderen kunnen die druk wellicht aan, maar ik niet. Ze beloofde me later terug te bellen.
De geldmachine weigerde ook en vertelde me met vriendelijke bewoording dat het raadzaam was de dichtstbijzijnde bank te bezoeken, want er hing een luchtje aan de pas. Het stonk. Alarmfase 10! Zuchtend liep ik terug naar de kassa.
Tussen allerlei bonnetjes en papiertjes vond ik €15,= aan papiergeld. De caissière gaf me twee muntjes van twintig eurocent terug. Mazzel dat ik toevallig genoeg bij me had? Ditmaal wel. De rij achter mij slaakte hoorbaar een zucht van verlichting: “Had je niet gelijk met geld kunnen betalen?”
Achteraf gezien natuurlijk wel, maar op moment zelf, met een vermoeid lichaam en geest die allerlei scenario’s aan het bedenken was over het waarom, drong dat schijnbaar niet meer tot me door.

Dichtstbijzijnde bank? Aan de Bos en Lommerweg heeft de ING een filiaal. Was deze nog wel open na 16.00 uur? Het was inmiddels, door mijn gehannes, al 16.47 uur. Hoe groot is de kans op vrijdag? Toch besteeg ik Paula, mijn stalen ros, en trapte die kant op.
‘Bent u nog open?’, gebaarde ik met handgebaren en lippen die wijd articuleerde. De man in pak knikte dus zette ik Paula op slot en wandelde naar binnen.
“Wat kan ik voor u betekenen?” Vroeg hij. Na mijn verhaal nam hij me mee naar een van de lege plekken waar een computer niets stond te doen. “Ben blij dat ik dit vandaag nog kan regelen”, zei ik. “We zijn open tot zes uur”, antwoordde hij trots. Hij nam mijn pinpas en legitimatiebewijs aan: “Dit gaat wel even duren, neemt u plaats. Wilt u misschien een flesje water?”
Nou. Dat luste ik wel. Toen hij het flesje ging halen trok ik mijn winterjas uit en hing deze over de rug van de stoel. Mijn hemel, wat stonk ik. Niet te harden gewoon. Arbeiderszweet in de puurste vorm. De lucht van een muizenkooi die nog verschoont dient te worden. De bacteriën waren al héérlijk aan het feesten onder mijn oksels en in de bedrijfskleding die ik aan had gehouden. Het heerschap die mij hielp en mij het flesje overhandigde hield zijn gezicht gelukkig in de plooi, dus besteedde ik er ook geen aandacht meer aan, hoewel ik de penetrante lucht wel bleef ruiken.
Na enkele minuten had hij het antwoord: “Het schijnt dat er in december 2013 een nieuwe pas naar u is gestuurd, daarom is deze geblokkeerd. De Minahassastraat. Is dat uw huidige adres?” Ik knikte van niet en hij stelde voor het huidige adres gelijk maar in te voeren. “Alles doe ik elektronisch, krijg geen afschriften meer, dus is het mij ontschoten.” Hij knikte begrijpend. “Wilt u eventueel weer een papieren versie ontvangen van uw afschriften?” Nee, dat wilde ik niet. Zonde van de natuur en gedoe met mappen.
Nu hij toch bezig was – ik hoefde er niet eens om te vragen – wilde het heerschap gelijk mijn spaarrekening overzetten naar een andere spaarvorm die nog gunstiger zou zijn. Dat mocht van mij. Was al blij dat ik geholpen werd en het water uit het flesje mij goed smaakte. Scheen ik ook nog eens € 3,87 rente extra te hebben gevangen bij het overboeken van en naar. Automatisch sparen wilde ik nog niet, hoewel hij overtuigend klonk om dit wel te doen. Na heel wat getyp van zijn kant moest ik een nummer bellen en mijn verhaal nogmaals doen aan heer aan de andere kant van de lijn. Het zou 3-5 werkdagen duren eer er een nieuwe pas – helemaal gratis (kuch) – op het nieuwe adres zou aankomen. De andere werd – eveneens gratis – geblokkeerd.

Op naar een andere balie. Geld van een rekening halen met verlopen pas is gelukkig nog mogelijk. Ik kreeg een nummertje in handen gedrukt en moest wachten. Ik sms’te Saiko dat ik weer bereikbaar was. “Echt. Ik stink gewoon als een bunzing”, vertelde ik haar na mijn verhaal nogmaals te hebben gedaan.
En toen: “Eén april kan de woning nog niet op jouw naam worden gezet. Ze hebben het heel druk. De woningbouw wilt je woning eerst laten inspecteren voor je de overdracht kan tekenen.”, meldde ze, “Drie april tussen tien en elf uur. Het kan ook één uur worden, dus ik zou maar een hele dag opnemen.” Welja, dat kon er ook nog wel bij. “Kun je me een mailtje of sms sturen? De kans dat ik dit onthou is nihil”, zei ik voordat ik ophing omdat ik geld kon opnemen.

De man achter de kassa van de bank was moe en kreeg toch mijn verhaal ook te horen. Hij toetste wat in. Ik moest op ok drukken, maar dat kon natuurlijk niet omdat mijn pas geblokkeerd was. “Oh. Ik dacht dat u een nieuwe pincode wilde aanvragen. Komt door vermoeidheid.”
Ik dacht daar het mijne van. Hij had net staan kletsen met een mooie vrouwelijke collega. “Het is vrijdag, kan gebeuren!” Zei ik opgewekt. Oké, die opgewektheid was nep, maar ik wilde dan ook heel graag naar huis met wat flappen in m’n portemonnee. Er was ‘s avonds nog een vergadering, ik had dienst en geen koffie ingekocht. Was me ontschoten bij de kassa in de winkel. “Hoeveel wilt u opnemen?” Hoeveel verbruik ik per dag? Minder dan tien euro: “Doe maar 75 euro”, zei ik. Lekker ruim en de voorraad in de portemonnee klopte dan ook weer. “70 kan wel”, zei hij vermoeid. Het duurde even, maar toen mocht ik eindelijk weg. Naar huis waar een campingsmoking en teenslippers op me lagen te wachten.

“Wat is het toch dat mensen veel met briefjes van 50 euro betalen terwijl er ook kleinere flappen zijn?”, vroeg ik hem voor ik vertrok.
Hij trok zijn schouders op.
Dat raadsel moet ik later nog maar eens uitzoeken.

Saiko

Met een druk op de linkermuisknop verdween mijn bericht, met de digitale postbode, richting Amsterdam-Noord. Het laatste stukje informatie dat Saiko nodig heeft voor aanstaande officiële papieren zodat de woning waarin ik vertoef op mijn naam komt te staan. Dan komt er na vier jaar langzaam maar zeker een scheiding van onze levens.

Het was 28 november 2010 toen een blog eindigde met de woorden: Saiko betekent “getalenteerd” in het Japans, fictieve naam, moi.
Geen slecht gekozen naam, al zeg ik het zelf. Het bekt in ieder geval wel goed.

Voordat ik aan dit verhaal begon, herlas ik alle verhalen nog eens door waar haar fictieve naam in voorkwam. Eigenlijk doe ik dat niet vaak. Als het geschreven is, sla ik de “bladzijde” om en ga ik weer verder, maar nu smakelijk zitten lachen om het verleden. Wat is er toch veel veranderd in de tussenliggende jaren.
Ik zie haar en Raymundo nog mijn kamertje binnenwandelen in Amsterdam-Oost. Natuurlijk was ik zenuwachtig. Normaal koffie inschenken lukte me niet eens. Ze kon het begrijpen, zei ze ook nog. Ik niet en vond het een afgang van jewelste. En was zij niet veel te jong voor deze klus? Ik schatte haar, complimenteus als ik ben, begin twintig. Uiterlijk bedriegt. Ik kende haar kennis van zaken, doorzettingsvermogen en engelengeduld nog niet. Het aantal uren dat wij al pratend hebben doorgebracht zou ik niet eens willen weten want dat zijn er nogal wat; ook het aantal kopjes koffie overigens. Zij een braaf kopje, ik een mok wegens een onvaste hand. Het waren spannende tijden.
Ergens langs het pad heeft ze het voor elkaar weten te krijgen dat ik haar dingen ging toevertrouwen. Vaak sloeg de twijfel en paniek toe of ik daar wel goed aan had gedaan. Nooit heeft ze het vertrouwen gebroken. Het leken zware lasten waar ik meer rond zeulde. De angst en paniek om wéér alles te verliezen was ook groter dan mijn verstand.

I’ll hide you” Vrijdag 10 februari 2012.
Een nummer van Kosheen met de tekst: “Deze is voor Saiko. En nog bedankt. Ik had het even nodig dat gesprek. “
Vrijdag 17 februari 2012 nam ik een rigoureus besluit om het anders te willen. Op dat moment besefte ik het niet, maar er was toen al weer twee jaar “sukkelen” aan voorbij gegaan. Ergens is dat wel schrikken. Daarna kwamen veel dingen in een stroomversnelling. Ze wees me op positieve dingen, remde me af als ik weer sneller wilde groeien dan gezond voor me was. Ze prikkelde me door voor te stellen om samen naar instanties te gaan, terwijl ze wist dat ik dat ik dat “raar” zou vinden en dus zelf actie ondernam om “handje vasthouden” te voorkomen. Beetje bij beetje kroop ik dus uit de cocon waarin ik was gegroeid omdat dat veilig leek. De keren dat ik haar enthousiast dingen vertelde groeide. Eindelijk aanvaarde ik het idee dat ik in mijn uppie sommige dingen niet kon oplossen en dat hulp – in welke vorm dan ook – geen teken van zwakte is maar juist van kracht.

En nu zitten Saiko en ik te puzzelen met onze klokken en agenda’s. Een uur kletsen is een uur kletsen (geen drie of vier) en het wekelijks bezoek wordt tweewekelijks of langer. En dat is goed. Mensen komen en mensen gaan. Schijnbaar moesten we elkaar ontmoeten, van elkaar leren, opstaan en op naar een volgend avontuur.
Met de tijd zal ik wellicht haar echte naam vergeten zoals dat ook is gebeurd met klasgenoten en collega’s uit het verleden, maar niet wat ze voor me heeft betekend. Mijn dossier zal ergens gaan liggen verstoffen en na vijf of tien jaar worden vernietigd. Hoewel ik, mede door haar, alles zelf heb moeten uitzoeken en ondervinden, heeft ze altijd aan mijn zijde gestaan. Hoe lullig het ook klinkt: ik ben een cliënt, geen vriend of kennis.
Een laatste les die ik van je heb geleerd, nu ik het zo opschrijf.

Alvast bedankt voor alles, lieve mooie Saiko!
(Voor altijd in mijn hart gegrift)

Op heterdaad!

Vele jaren geleden heb ik een misstap gemaakt in een supermarkt waar ik in de buurt woonde. Er kwam geen politie bij omdat ik het ter plekke oploste, maar die supermarkt heeft sindsdien een bepaald plekje gekregen voor me. Iedere keer al ik er binnenstapte, werd ik – tussen de oren – herinnerd aan die ene misstap. Zou dat ooit eens ophouden?

Door de gesloten schuifdeuren zag ik dat de vloer in de Spar aan de Spaarndammerstraat al gedweild was. Te laat om daar koffie in te slaan voor de vergadering. En op zaterdag om zeven uur al een supermarkt sluiten voor het publiek? Dat gebeurt toch alleen in kleine plaatsen? De Spar in de Spaarndammerbuurt is dat betreft toch anders, altijd al geweest. Ook toen er een andere supermarkt in zat. Een jong stelletje, ook verbaasd kijkend naar de deuren die gesloten bleven, wees ik door naar de AH aan de Spaarndammerdijk. Het meisje bedankte me terwijl ik Paula, mijn stalen ros, besteeg om die kant op te fietsen.
Zij die mijn verhalen volgen kennen mijn winkelgedrag. Naar binnen en zo snel mogelijk weer naar buiten. Na binnenkomst stond ik dus binnen een minuut al in de rij bij de kassa en had binnen vier minuten afgerekend.
Iets klopte er echter niet. Een man met een V op z’n colbert gespeld stond op me in te praten aan de verkeerde kant van mijn hoofd. De dove kant dus. Pas toen ik hem recht aankeek, snapte ik nog niet wat hij van me wilde. “Mag ik u vriendelijk verzoeken even mee te komen?”, herhaalde hij traag. Ik stopte net het pak koffie in een door mij meegebrachte plastic tas. “Hoe bedoelt u?”, vroeg ik met een glimlach rond de mond, vast dom kijkend. “Niet hier. Als u mij even wilt volgen”, zei hij en probeerde mij met lichaamstaal de kant op te dirigeren die hij in gedachten had.
Mijn geweten was schoon, dus liet ik met me dansen waar anderen hem schreeuwend een gewisse dood zouden hebben gewenst, lichamelijk contact hadden gezocht of op z’n minst hem belachelijk hebben gemaakt om zijn afkomst en beroepskeuze; of ze nou schuldig waren aan een strafbaar feit of niet. Ik ben geen schreeuwer en ook al was ik wel ergens schuldig aan, dan zou ik me berusten in mijn lot.

Langzaam, terwijl het winkelend publiek aan de kassa ons nastaarde met een blik die boekdelen sprak, danste we een mislukte slow foxtrot, richting het magazijn. In gedachte ging ik na waar ik fout zat. Natuurlijk is er wel eens wat gebeurd in de winkel waar ik wel schuldig aan ben geweest, maar dat was jaren geleden en die 24 halve liters bier had ik destijds afgerekend. Ik loog destijds wel dat ik van niets wist en dat de jongeman achter de kassa doof moest zijn omdat ik de blikken had gemeld. Ik was onder invloed en mijn leugen hield ik voor als waarheid. Hing mijn foto van die tijd soms nog ergens aan een prikbord? Was het mijn ongeschoren bakkes, de zwarte jas en ietwat sjofele schoenen? Wellicht viel mijn winkelgedrag uit de toon bij de rest van het publiek.
Achter de tochtdeuren eindigde onze dans en kwam eindelijk de aap uit de mouw terwijl de jongens van het magazijn even stilhielden om te zien welk soort blank boeventuig er in de kraag was gevat. Ze mochten er van mij van genieten zolang het duurde.
“Ik heb u meegenomen omdat u eerst koffie en daarna drie bier heeft gepakt die u niet heeft afgerekend”, begon de man met een V op z’n colbert. En ik was werkelijk met stomheid geslagen. Zijn logica van de winkelindeling klopte van geen kant! En dat hield hier toezicht? Koffie staat, als je voor de kassa’s staat in het laatste vak aan de rechterkant van de winkel. Bier staat – als je winkelt als ik – niet in de snelste route naar buiten toe, daar zou je kostbare seconden aan verliezen als je eerst koffie ging pakken. Bovendien is drie bier voor lutsers van laag allooi die geen verstand hebben van drinken. Wijselijk liet ik hem maar in die waan en ging mijn winkelgeheimen niet met hem delen. Hij mocht alles van mij zien. Ik mocht mezelf fouilleren. Hij wilde me onder geen beding aanraken. Ik volgde zijn opdrachten op waarbij ik ook nog even mijn derrière liet zien dat daar ook geen drie bier uitstak. Daarna moest mijn jas open, mocht ik weer mezelf aanraken en zulks. Hij was tevreden. Zonder excuses van zijn kant mocht ik gaan. Zat ik ook niet op te wachten. Ik snapte wel waarom hij me aan had gehouden, er wordt tegenwoordig ontzettend veel gestolen. In de winkel draaiden de hoofden weer naar ons toen wij samen weer naar binnen liepen. Toen draaide ik me om en vertelde de man met de V dat ik het vroeger wel had geprobeerd met 24 bier, maar dat was in een heel ver verleden. Daar kon hij het mee doen.
Na de vergadering keerde ik weer terug naar de winkel voor m’n eigen boodschappen. Bij binnenkomst zochten mijn ogen de man met de V gelijk weer op. En “onopvallend” volgde hij me nog wel en als ik omdraaide begon hij spontaan de vakkenvullers te begroeten. Ik kon er om lachen. Mijn winkelgedrag is ook best verdacht te noemen. Zou ik hem aan moeten spreken? “Ik ben ontzettend veranderd”, wilde ik hem nog persoonlijk vertellen maar ik zag hem ineens niet meer. Ook niet bij de kassa of later bij de uitgang. Opgelost in het niets.

De vergadering was heerlijk verlopen, mijn koffie was de hemel ingeprezen en ik had weer een stukje van mijn verleden opgebiecht. Zal ik de volgende keer verlost van nare herinneringen binnen kunnen stappen?

Muziek doet wonderen

“People like us we don’t need that much,
Just someone that starts,
Starts the spark in our bonfire hearts

(Bonfire Heart by James Blunt)

Vrijdag ging ik naar huis met een onderdeel van een kapotte koelkast. Het onderdeel die hopelijk in de deur van de koelkast zou passen zodat mijn flessen/ pakken limonade weer rechtop konden staan. Nuke me, maar het paste zowaar! Mijn vreugdevuur hart maakte een sprongetje. Maar het is een veeg teken aan de wand.
Ik had ook een nieuwe kunnen krijgen van de fabriek als ik maar naar de winkel had gegaan met de aankoopbon. Doe ik niet of stel ik uit. En dat uitstellen doe ik net zo lang dat het is vergeten of niet belangrijk meer is omdat ik een trucje ontdek om met het gemis of gebrek om te gaan.
En ik had me zo voorgenomen (voornemens voor 2014) om me eens aan bepaalde regels te houden.

Eind december 2013
Om de hoek van de wachtkamer verscheen eerst haar hoofd. Halflang blond haar, spits gezicht waarin twee blauwe ogen de ruimte doorzochten. Mijn naam ontglipte tussen haar welgevormde lippen toen de rest van haar lijf in beeld kwam. Gewillig volgde ik de lange stelten die in haar kakikleurige broek staken. Tijdens de loop door de gang glimlachte ik omdat ik aan een nummer van Dr. Hook moest denken.
Binnen gaf ze me een ietwat stevige hand en maakte zichzelf bekend: “Goedemorgen, Dokter Boomsoort. Waar kan ik u mee van dienst zijn?” Ik gok dat ze dat zei, want ik kwam voor mijn gehoor waar een hoogst irritante brom mij het horen moeilijk maakte. Ik deed mijn jas uit en ging tegenover haar zitten. Ik vertelde haar wat er al meer dan een week scheelde maar hoe leg je iemand uit wat je hoort? Ik somde voorbeelden op: “De druk op het gehoor tijdens het opstijgen van een vliegtuig, te diep duikt, na een avondje harde muziek in bed, een oude dieselmotor die stationair draait, alsof iemand in je oor blaast, de wind op de fiets die langs je gehoor suist.”
Tot tweemaal toe vroeg ze of ik bloot was gesteld aan harde muziek voordat ze eindelijk in actie kwam. Ze pakte de otoscoop van het bureau en stak deze diep in het enige werkende oor aan mijn hoofd. Ze wiebelde ermee. Even voelde ik haar warme adem tegen mijn nek aan terwijl ze de toestand observeerde. “Otitis media met effusie”, was haar conclusie.
“Oh tietis”, herhaalde ik zachtjes en bedacht dat een term waar tiet in voorkomt nooit slecht kon zijn. Het klonk in ieder geval vrolijker dan AIDS. Haar gezichtsuitdrukking was viezig toen ze het vertelde en plaatsnam achter haar bureau: “Snot achter het trommelvlies, vocht met bubbeltjes”, haalde ze mij uit de droom.
“Aan uw gezicht zie ik dat het nogal viezig is”, zei ik. Ze antwoordde er niet op maar typte mijn aandoening in om er via Google beeld bij te halen om het mij duidelijker te maken. In één woord: VIES !

Januari 2014
Bovenstaande had ik al in december geschreven, maar niet afgemaakt. Vond het niet belangrijk genoeg, had het wel opgeslagen en vergeten. Tot vandaag. Het brommen is grotendeels weg. Praat er niet meer over en probeer weer “normaal” gevonden te worden. Het suizen is er nog elke nacht. En gelukkig heb ik op woensdag, zaterdag en zondag vrij om mijn lichaam te laten crashen. Rekeningen lopen namelijk gewoon door.

Gisteren:
Had een vergadering (meeting) van gelijkgestemden om het leven dragelijker te maken en niet compleet gek te worden van de doldrieste gedachten/ ideeën die er 24/7 per dag rondspoken in mijn hoofd. En het houdt me verre van de drank. En reken maar dat ik er dagen bij heb gehad waarbij 24/7 uur verdoving niet eens zo slecht leek in gedachten. Echter de gedachte aan de volgende ochtenden deed me al walgen, dus gebeurde het niet. Bovendien zorgde de snot in de buis van Eustachius al voor hetzelfde effect in de ochtend.
De afgelopen weken heb ik koffiedienst bij de vergadering. Dek ik de tafel met kopjes, theesoorten, melk, suiker, zoetjes en steek waxinelichtjes aan voor de gezelligheid. Het is een taak die ik met enig plezier doe. Maar ik was onrustig van binnen. Moest weg! Ben, nadat alles klaar stond, ook met een soort leugentje vertrokken dat ik een afspraak had. Onderweg bedacht ik dat ik Moederlief ook kon gaan bezoeken. Die vraagt de laatste tijd ook al af waar ik blijf, dus om te pleasen heb ik daar een uur vertoefd. Héél treurig want ik zou ook minder gaan pleasen. Lukt me dus niet.

Vandaag:
Sliep ik voor mijn doen héél lang. Vreemde dromen en er spookte verhalen rond. Verhalen die ik allang had kunnen optypen om het boven leeg te maken, maar niet doe. Ik stel nog steeds uit tot het niet belangrijk meer is of ik een truc vind om er mee om te gaan. En ik kan nog wel een rijtje opsommen van dingen die ik uitstel of laat tot het vanzelf verdwijnt.

And I’ve been looking at the stars
For a long, long time
I’ve been putting out fires
All my life

(Bonfire Heart by James Blunt)

Nog even en ik vergeet mezelf en vind ik een truc om daarmee om te gaan. En hoe treurig bovenstaande ook klinkt, het trekt vanzelf wel weer bij als ik weer een vonkje vind. James Blunt heeft met het lied wel de bougie schoon geblazen.

Voor het nieuwe jaar

Nieuwjaar

Ik wens iedereen die dit leest een heel fijn, warm, liefdevol en vrolijk nieuwjaar toe. Dat jullie maar prachtige avonturen mogen beleven. Stap overal op af, maar trap niet overal in. En geef jezelf niet op de kop, maar wees lief voor jezelf. En van hulp vragen krijg je geen acne. Hahaha.
Zelf probeer ik iedere dag in te vullen met enkele simpele regels.

Alleen voor vandaag

  • Alleen vandaag, maak ik me geen zorgen
  • Alleen vandaag, maak ik me niet boos
  • Alleen vandaag, wil ik mijn leven eerlijk verdienen
  • Alleen vandaag, ben ik dankbaar voor alles dat ik heb
  • Alleen vandaag, ben ik vriendelijk voor alles dat leeft

Natuurlijk lukt me niet altijd alles en zeker niet iedere dag, maar probeer het wel. Zonder mezelf te bestraffen als het niet is gelukt, want morgen is er weer een kans om het te verbeteren.

Enige goede voornemen voor mezelf in 2014:
Meer schrijven, al is het maar één keer per week.

Het hijgende meisje.

Er werd op de deur geklopt. De knokkel van een vrouw. Onmiskenbaar. Met enige voorzorg opende ik de deur want ik verwachtte niemand, zelfs niet de buren. Voor de deur een jonge dame, hijgend door de klim naar mijn verdieping. Ze had halflang blond haar, blauw/grijze ogen, volle lippen en vuurrode konen. Over haar jas een oranje hesje dat ik steeds vaker in de straten van Amsterdam zie. Heeft iets met opvallen in het verkeer te maken, of zoiets. Ik liet haar even op adem komen. In haar hand hield ze een opgerold plastic tasje vast waar ze af en toe in kneep.

“Er wordt de laatste tijd veel ingebroken”, begon ze nadat ze zich had gelegitimeerd. Ik knikte instemmend maar wilde haar niet belasten met een verhaal over de recente inbraak in het fietsenhok van Moederlief. Héél vervelend allemaal want Moederlief moest de politie bellen en die kreeg ze niet te pakken, dus belde ze mij. Ik op mijn beurt vertelde haar dat ze haar woningbouwvereniging moest bellen en niet zomaar nummers op briefjes die in haar brievenbus waren gestopt. Telefonische oplichting is ook helemaal hip namelijk. Diezelfde avond belde Moederlief op dat alles in kannen en kruiken was en dat ze door de monteur niet was verkracht in het donker.
“Jammer, hè”, grapte ik, waarna we beiden in een deuk lagen.

Het hijgende meisje – dat maar bleef hijgen terwijl ze sprak, iets wat heel sexy klonk allemaal – vertelde dat Stadsdeel West iets tegen al die inbraken wilde doen. Enigszins ongemakkelijk drukte ze me het opgerolde tasje in handen: “Hiermee kunt u, als u weg bent, het licht in- en uitschakelen zodat het lijkt alsof u thuis bent.”
“Zit er ook een gebruiksaanwijzing bij?”, vroeg ik, terwijl ik de inhoud van het tasje inspecteerde. “Mmm. Mmm. Mmmm.”, klonk het.
“Nou super bedankt! Ontzettend attent van u.” In mijn hand lag een doorzichtig zakje met daarin een tijdschakelaar die ik uit het plastic tasje had gegrist. De folders van Burgernet, Stadsbank van Lening en Politiekeurmerk.nl liet ik in het tasje. “Nou. Fijne avond dan maar en nogmaals bedankt!”, herhaalde ik. Het hijgende meisje daalde de treden van mijn Chateau af en verdween uit het zicht.

Dankzij Stadsdeel West is ‘s morgens de koffie al klaar bij het ontwaken. Mijn koffiemachine heeft nu eindelijk een tijdklok!

Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 645 andere volgers